Luisterbericht: De kunst van isoleren – hoe professionals liefde verwarden met protocol
Stelt u zich eens voor: een hulpverlener in het sociaal domein die zó goed is in een bepaalde truc, dat je er bijna bewondering voor zou krijgen – als het niet zo pijnlijk was. Die truc? Het volledig isoleren van een cliënt én diens kind, onder het mom van zorg verlenen. Professionals die ooit zijn opgeleid om verbinding te maken, lijken tegenwoordig vooral bedreven in het bewaren van afstand. Niet de afstand die echte veiligheid brengt, maar een afstand waarbij zorg plaatsmaakt voor controle. Het is haast kunstzinnig te noemen, ware het niet dat deze “kunst” voor de cliënt desastreus uitpakt.
Isoleren als nieuwe ‘zorgstandaard’?
Hoe gaat zoiets in z’n werk? Heel subtiel. Het begint met een telefoontje hier, een verkeerd begrepen opmerking daar, of met het idee dat het sociale netwerk van de cliënt “toch wel lastig is”. En dan, voor je het weet, gebeurt het onmiskenbare:
De cliënt wordt losgeweekt van zijn eigen netwerk. Vrienden, familie, iedereen die steun kan bieden, wordt op afstand gezet.
De vertrouwenspersoon – die ene steunpilaar die de cliënt nog heeft – wordt geframed als een risico. Ineens zou juist díe persoon het probleem zijn.
Het kind verliest zijn laatste stabiele volwassene. De mensen die het kind nog vertrouwde, worden weggenomen onder het mom van “veiligheid”.
En de professional? Die verschuilt zich achter protocollen alsof het schilden zijn. Er wordt naar “veiligheid” verwezen, maar het enige dat werkelijk veiliggesteld wordt, is het comfort van de professional zelf.
Ondertussen zegt de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) juist dat we het sociaal netwerk moeten benutten. Sterker nog: het is een wettelijke opdracht – “samenredzaamheid” heet dat, in artikel 2.1.3 van de Wmo. In gewone taal: zorgen met elkaar, niet in je eentje. Maar in de praktijk zien we soms het omgekeerde: “Samenredzaamheid? Ja, graag… zolang het maar niet sámen is.” Het netwerk dat de wet als onmisbaar beschouwt, wordt door deze professionals gezien als lastig, potentieel gevaarlijk, ongewenst of – mijn persoonlijke favoriet – “onprofessioneel”. Want laten we eerlijk zijn: niets voelt voor zo’n professional zo bedreigend als een betrokken burger met kennis van zaken die over zijn schouder meekijkt.
De pseudo-professional en zijn protocollen
We zijn hier getuige van een gevaarlijk fenomeen: de pseudo-professional. Een zeldzame diersoort in de hulpverlening. Hij draagt een mooie functietitel, volgt plichtsgetrouw zijn protocolletjes en verschijnt keurig op tijd in Teams-vergaderingen. Maar zodra het aankomt op menselijkheid, op hoor en wederhoor, op liefdevolle nabijheid, op samenwerken met het netwerk, of gewoon op een eerlijk gesprek, verdwijnt deze professional als sneeuw voor de zon.
Zijn natuurlijke habitat? Een driehoekige comfortzone van: niet reageren, wegkijken, en ondertussen het netwerk de schuld geven van alle onrust. Professionele normen? Die zijn in die driehoek ver te zoeken. Maar protocollen? Daar wordt gretig mee gewapperd. Als er kritiek komt, houdt de pseudo-professional het protocol omhoog als een schild: “Ik volg gewoon de regels.” Daarmee sust hij zijn geweten terwijl de cliënt in de kou staat.
Professionele afstand vs. echte nabijheid
En dan is er nog dat ondergesneeuwde woordje: liefde. Weet u nog wat dát betekent in de zorg? Er lijkt een vreemde tegenstelling te zijn ontstaan. We ondertekenen convenanten vol richtlijnen: je mag een cliënt niet eens een knuffel geven, je mag geen persoonlijke mening uiten, je moet te allen tijde “professionele afstand” bewaren. Maar waar is in dit alles de simpele menselijke warmte gebleven? Niet romantische liefde, niet betutteling, maar de gewone menselijke betrokkenheid: gezien worden, gehoord worden, en niet behandeld worden alsof je een last bent.
Denk hier eens over na: een kind dat ’s nachts uit een instelling vlucht, is niet op zoek naar protocollen of regels. Dat kind zoekt liefde, veiligheid en nabijheid – iemand die laat merken: “Ik zie je, je bent niet alleen.” En toch wordt juist dát natuurlijke verlangen door sommige professionals weggezet als “onwenselijk gedrag”. De basale behoefte aan contact en begrip wordt dan bestempeld als problematisch, simpelweg omdat het niet in hun beleidskader past.
Een geïsoleerde cliënt is makkelijker te controleren
Laten we wel wezen: een cliënt mét netwerk staat sterker dan een cliënt zonder netwerk. Iemand met familie, vrienden of een betrokken vertrouwenspersoon in de buurt heeft kracht achter zich staan. Iemand die alleen komt te staan, wordt volledig afhankelijk van de professional en diens instelling. En laat afhankelijkheid nou net heerlijk uitkomen voor iedere dienst of instantie die geen pottenkijkers wil. Zo’n cliënt zonder netwerk is een droompatiënt voor wie zijn werkwijze niet op inhoud wil laten toetsen, voor wie moeilijke vragen liever vermeden worden, en voor wie fouten bedekt kunnen blijven onder het tapijt.
Door het netwerk buiten te sluiten creëert men een soort parallel universum. In dat universum heeft de professional altijd gelijk, is de cliënt per definitie “complex” of “moeilijk geval”, en wordt elke vorm van tegenspraak gelabeld als “onveilig gedrag”. Voilà, de perfecte wereld voor wie bang is om verantwoording af te leggen: een wereld zonder kritiek, zonder tegenmacht. Maar vergis u niet – die wereld is gebouwd op isolatie en controle, niet op zorg en genezing.
Normen op papier, misstanden in de praktijk
Nu komen we op het pijnlijke punt: professioneel gezien is dit alles een totale normschending. Het druist in tegen zo ongeveer elke waarde en regel die we hebben afgesproken in de zorg. Denk even aan wat er op papier staat over goede zorg en begeleiding:
De Wmo 2015 schrijft samenredzaamheid voor – samen zoeken naar oplossingen met de persoon en zijn omgeving.
De Jeugdwet verplicht hulpverleners om het netwerk rondom een jongere te betrekken bij de hulp.
Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) beschermt het gezinsleven en relationele banden. Daaronder valt ook het recht van iemand om contact te hebben met vrienden, familie of vertrouwenspersonen.
Beroepscodes en ethische richtlijnen voor zorg- en hulpverleners eisen transparantie, samenwerking, hoor en wederhoor.
Met andere woorden: alles – van wetten tot gedragscodes – wijst erop dat je er voor de mensen om de cliënt heen moet zijn, niet ertegen. Laten we het maar ronduit zeggen: een professional die bewust de relaties van een cliënt saboteert of het netwerk buitensluit, handelt niet professioneel. Zo iemand handelt puur vanuit macht. En macht zonder liefde is geen zorg. Het is machtsuitoefening verpakt als zorg, maar echte zorg ontbreekt.
Uiteindelijk zou elke hulpverlener zich één heel eenvoudige vraag moeten stellen: “Als mijn invloed groter wordt naarmate ik iemand meer isoleer… ben ik dan eigenlijk nog wel aan het helpen?”
Wat zeggen de wet en de rechters?
Misschien denkt u: ja, ja, dat is jouw mening. Maar het mooie is: de wet en de rechtspraak geven ons gelijk. Isoleren van cliënten druist namelijk ook juridisch gezien regelrecht in tegen de rechten van de cliënt en de plichten van de hulpverlener. En dat is niet zomaar theorie – dat is meerdere keren bevestigd in uitspraken en wetten.
Kijk naar de mensenrechten: Artikel 8 van het EVRM (Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens) geeft iedereen recht op privéleven en gezinsleven. Dat betekent dat de overheid (en dus ook door de overheid gemandateerde instellingen) niet zomaar mag ingrijpen in iemands familie- of vriendschapsbanden. Het recht op gezinsleven geldt breder dan alleen ouders en kind; het omvat óók de band met bijvoorbeeld een vertrouwenspersoon of goede vriend, zolang die band belangrijk is voor de betrokkenen. Beperkingen op dat recht mogen alleen bij aantoonbaar ernstige risico’s. Met andere woorden: een hulpverlener mag niet op gevoel of onderbuik besluiten om een cliënt af te sluiten van diens steunfiguren, enkel omdat hij die persoon “lastig” of “onprofessioneel” vindt.
Het Europees Hof voor de Rechten van de Mens heeft dit meermaals benadrukt. In een zaak tegen Finland (K. & T. vs. Finland, 2001) bijvoorbeeld, oordeelde het Hof dat de overheid geen buitensporige inbreuk mag maken op iemands gezinsleven en dat subjectieve interpretaties van professionals nooit voldoende grond zijn om familie of vertrouwensrelaties te verbreken. In een andere zaak tegen Italië (S. H. vs. Italië, 2010) stelde het Hof dat instellingen actief moeten samenwerken met iedere steunfiguur die de cliënt zelf aanwijst, tenzij er een concreet en toetsbaar risico is voor het kind of de cliënt. Dat betekent dus: als een cliënt zijn buurvrouw of oom wil betrekken omdat hij die vertrouwt, dan moet je daar als professional een héle goede reden voor hebben om dat te weigeren. En onlangs, in 2020 (R.M.S. vs. Spanje), waarschuwde het Hof expliciet voor wat ze noemden “institutionele isolatie” – situaties waarin professionals bewust afstand creëren en het sociale netwerk buitenspel zetten. Het Hof noemt dat een inbreuk die het natuurlijke sociale weefsel van het gezin ondermijnt. Met andere woorden: precies datgene waar we het hier over hebben, wordt door de hoogste Europese rechter afgekeurd.
Ook Nederlandse rechters laten er geen misverstand over bestaan. Een uitspraak van de rechtbank Rotterdam in 2017 maakte duidelijk dat een gemeente of hulpinstantie geen beperkingen mag opleggen aan een door de cliënt gekozen vertegenwoordiger zonder hele zware, feitelijke onderbouwing. Zomaar zeggen “met díé persoon werk ik niet samen” kan echt niet. De Centrale Raad van Beroep, de hoogste bestuursrechter op dit terrein, oordeelde in 2014 dat uitvoerders in het sociaal domein het netwerk van cliënten actief moeten betrekken in plaats van het te ontmoedigen. En in 2012 zei diezelfde Raad letterlijk: “Het is niet aan de professional om te bepalen wie de cliënt vertegenwoordigt; dat bepaalt de cliënt zelf.” Die uitspraken leggen een juridisch fundament onder wat we intuïtief al wisten: het netwerk hoort erbij, punt uit.
Specifiek voor de jeugdzorg is het misschien nog duidelijker. De Jeugdwet eist nadrukkelijk dat bij hulp aan jongeren het sociale netwerk van het kind wordt meegenomen. In 2020 is bij de rechtbank Overijssel een besluit van een jeugdzorginstelling vernietigd, juist omdat men het netwerk van een jongere had buitengesloten. De rechter zei toen: “Netwerkparticipatie is geen vrije keuze, maar een verplichting die rechtstreeks volgt uit de Jeugdwet.” Een jaar later, in 2022, oordeelde het Hof Arnhem-Leeuwarden dat het uitsluiten van een steunfiguur rond een kind schade kan veroorzaken – psychische schade, instabiliteit, noem maar op. In die zaak ging het om een tienermeisje dat keer op keer uit de instelling wegvluchtte om veiligheid te zoeken bij haar netwerk. Het hof gaf haar in feite gelijk: juist het weghouden van haar vertrouwde volwassenen had haar geschaad. Je kunt je voorstellen hoe schrijnend dat is: het systeem dat er had moeten zijn voor het kind, veroorzaakte onveiligheid door de mensen van het kind weg te houden.
Tuchtrecht: professionals op de vingers getikt
Niet alleen in wetten en rechtszaken, maar ook in de beroepsethiek en het tuchtrecht zien we hoe isoleren van cliënten wordt afgekeurd. Er zijn de afgelopen jaren meerdere tuchtzaken geweest waarin sociaal werkers of jeugdzorgprofessionals ter verantwoording zijn geroepen omdat ze cliënten isoleerden of het netwerk buitensloten. Steeds was de boodschap van de tuchtrechter glashelder: dit is onprofessioneel gedrag. En er volgen consequenties. Enkele voorbeelden uit de praktijk:
2019: Een maatschappelijk werker kreeg een berisping omdat hij bewust het netwerk omzeilde en zelfs conflict creëerde tussen de cliënt en haar steunfiguren (een klassieke vorm van triangulatie om zelf de touwtjes in handen te houden). De tuchtrechter sprak krachtige woorden: “Het doelbewust isoleren van een cliënt van diens steunfiguren is strijdig met professioneel handelen en kan tot ernstige schade leiden voor het welzijn van de cliënt.” Met andere woorden, zo iemand hoort niet in dit vak thuis zonder zijn houding drastisch te veranderen.
2020: Een jeugdzorgwerker werd op de vingers getikt (berispt) omdat hij één ouder en een belangrijke vertrouwenspersoon buiten spel zette en alleen met de andere ouder communiceerde. Hij had conclusies getrokken zonder wederhoor en het gezin juist verder laten escaleren. De uitspraak van het tuchtcollege maakte duidelijk: het negeren of uitsluiten van betrokkenen is een ernstige schending van de Jeugdwet en de beroepsnormen – een hulpverlener móét expliciet uitnodigen tot samenwerking met alle partijen. Je kunt niet eigenhandig beslissen dat je iemand “eruit laat” omdat dat jou beter uitkomt.
2021: Een hulpverlener kreeg een waarschuwing omdat hij zijn professionele rol te buiten ging bij een aangifte door de cliënt. Wat was er gebeurd? Tijdens een crisis was hij aanwezig bij het gesprek met de politie en hij had toen de cliënt beïnvloed – hij gaf sturende opmerkingen en kleurde daarmee het verhaal. Later bleken sommige van zijn hints onjuist. De tuchtrechter was hier fel op: een hulpverlener moet zich onthouden van elke vorm van sturing of framing bij het doen van aangifte. Die neutraliteit is heilig, want het gaat om waarheid en gerechtigheid, niet om het verhaal dat de professional graag wil horen.
2018: In een andere zaak, iets eerder, kreeg een maatschappelijk werker een tik op de vingers omdat zij het sociale netwerk bewust links liet liggen. Ze vond het netwerk “lastig” en meende dat ze zonder hen beter kon helpen. Fout, oordeelde de tuchtraad: het is niet aan de professional om het netwerk te selecteren op basis van persoonlijke voorkeur of gemak. Je hoort juist te werken mét degenen die belangrijk zijn voor de cliënt.
2023: Nog recenter is er een casus waarin een sociaal werker zelfs tijdelijk geschorst werd vanwege machtsmisbruik: hij blokkeerde de betrokkenheid van derden, sprak namens de cliënt zonder mandaat en beperkte het contact dat de cliënt met anderen mocht hebben. Hij plaatste zich in feite als enige controleur over de cliënt. Het oordeel: de professional had zichzelf als enige referentiepunt neergezet en daarmee een ongeoorloofde machtspositie gecreëerd. Volstrekt in strijd met de beroepsethiek.
2017: Ten slotte is er een (BIG-geregistreerde) behandelaar in de GGZ geweest die een zware maatregel opgelegd kreeg omdat hij door zijn handelen de gezinsrelaties van een cliënt beschadigde. Hij had gezinsleden tegen elkaar uitgespeeld met selectieve informatie en loyaliteiten. De tuchtrechter formuleerde het kernachtig: “Hulpverlening mag nooit leiden tot relationele schade binnen een gezin.” Een uitspraak die in elke opleiding boven de deur zou mogen hangen.
Deze voorbeelden laten één voor één zien: wie als professional een cliënt isoleert, het netwerk negeert, eenzijdig info verstrekt of mensen tegen elkaar uitspeelt, die begaat niet zomaar een foutje – die schendt de kern van het professioneel handelen. Zulke praktijken worden niet getolereerd. Beroepscodes van bijvoorbeeld de BPSW (Beroepsvereniging van Professionals in Sociaal Werk) en de SKJ (Stichting Kwaliteitsregister Jeugd) onderstrepen dit trouwens ook in hun code: respecteer relaties, wees eerlijk en transparant, werk samen, en voorkom dat je jouw macht misbruikt door mensen uit te sluiten.
Conclusie: zorg zonder liefde is geen zorg
Het verdict is duidelijk: wie een cliënt isoleert, handelt tegen de wet, tegen de beroepsregels en tegen de menselijkheid. Het is schadelijk, het is onrechtvaardig en het is onprofessioneel. In feite is het niets anders dan macht uitoefenen over een ander, terwijl je dat verkoopt als ‘zorg’. Maar zorg zonder liefde, zonder oprechte menselijkheid, is geen zorg.
Laten we daarom teruggaan naar de kern. Een hulpverlener die werkelijk helpt, zoekt de samenwerking, niet de controledwang. Die omarmt (figuurlijk gesproken) een cliënt en diens omgeving, in plaats van ze te weren. Want uiteindelijk geldt: wie de liefde uit de zorg haalt, haalt de zorg uit de zorg. En wie samenwerking ziet als een gevaar, die heeft niet de cliënt in bescherming genomen – maar enkel zijn eigen angst en kwetsbaarheid.
Dankuwel voor het luisteren. We moeten dit blijven benoemen. Echte zorg is pas mogelijk als we vertrouwen, verbinding en menselijkheid weer centraal durven stellen. Alleen dán verdienen we het woord zorg terug in het sociaal domein.
voor de referenties, zie: https://www.dekvsw.nl/opiniestuk-de-kunst-van-isoleren-hoe-professionals-liefde-verwarden-met-protocol/
Bronnen en Referenties (minimaal 15)
A. Wetenschappelijke bronnen (5)
- Welfare Inequalities and Institutional Abuse of Older People in Northern Ireland – British Journal of Social Work
https://academic.oup.com/bjsw/article/55/5/2292/8078803 (OUP Academic)
Analyseert institutioneel misbruik en machtsongelijkheid in zorginstellingen; relevant voor het begrip van institutionele isolatie en machtsverhoudingen. - Exploring the Use of Social Network Interventions for Adults with Mental Health Difficulties – BMC Psychiatry
https://bmcpsychiatry.biomedcentral.com/articles/10.1186/s12888-023-04881-y (BioMed Central)
Laat zien hoe sociale-netwerkinterventies isolatie verminderen en waarom netwerksteun essentieel is. - Implementing Family Involvement in the Treatment of Patients with Psychosis: A Systematic Review – BMJ Open
https://bmjopen.bmj.com/content/4/10/e006108 (BMJ Open)
Beschrijft barrières en succesfactoren bij het betrekken van families; ondersteunt de kritiek op het weren van steunfiguren. - Systematic Review and Meta-analysis of Family-based Interventions for Psychosis
https://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0920996425000064 (ScienceDirect)
Toont dat betrokkenheid van het netwerk klinische uitkomsten verbetert, wat isolatie extra problematisch maakt. - Children’s Participation in Dutch Youth Care Practice: An Exploratory Study
https://www.tandfonline.com/doi/pdf/10.1080/13575279.2018.1521382 (Taylor & Francis Online)
Onderzoekt participatie van kinderen en gezinnen in de praktijk van de Jeugdwet en wijst op hiaten tussen beleid en uitvoering.
B. Journalistieke bronnen (5)
- “Waarom er nooit iets verandert in de jeugdzorg” – Argos (VPRO/HUMAN)
https://argos.vpro.nl/artikelen/waarom-er-nooit-iets-verandert-in-de-jeugdzorg (Argos)
Onderzoeksjournalistiek over structurele problemen en gebrek aan lerend vermogen binnen jeugdzorg. - “Ministeries spraken met ouders over misstanden jeugdzorg, daarna bleef het stil” – KRO-NCRV Pointer
https://pointer.kro-ncrv.nl/ministeries-spraken-ouders-over-misstanden-jeugdzorg-daarna-bleef-het-stil (Pointer)
Beschrijft hoe klachten over onterechte aantijgingen en gebrekkig feitenonderzoek grote schade veroorzaken. - “Gemeenten schrikken van ‘aard en omvang’ misstanden in gesloten jeugdzorg” – NU.nl
https://www.nu.nl/binnenland/6304914/gemeenten-schrikken-van-aard-en-omvang-misstanden-in-gesloten-jeugdzorg.html (NU.nl)
Meldt recente misstanden in gesloten jeugdzorg en bestuurlijke reactie daarop. - Jeugdzorg-dossier – Follow the Money
https://www.ftm.nl/tag/jeugdzorg (Follow the Money)
Serie onderzoeksartikelen over financiële prikkels, toezicht en structurele problemen in jeugdzorg. - “Uitsluitingstechnieken binnen het dwangtraject” – De Kamer van Sociale Waarden
https://www.dekvsw.nl/uitsluitingstechnieken-binnen-het-dwangtraject-hoe-het-sociale-netwerk-van-ouders-en-kinderen-wordt-geblokkeerd/ (dekvsw.nl)
Beschrijft hoe netwerken in de praktijk worden geweerd, ondanks wettelijke verplichtingen tot samenwerking.
C. Juridische & beleidsmatige bronnen (5)
- EVRM – Artikel 8 Recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven
https://wetten.overheid.nl/BWBV0001000/2010-06-10/0/Verdrag_1/Verdragtekst/AfdelingI/Artikel8/afdrukken (Wetten.overheid.nl)
Biedt het mensenrechtelijk kader waarbinnen onrechtmatige netwerkblokkade en institutionele isolatie moeten worden getoetst. - Guide on Article 8 of the European Convention on Human Rights – EHRM
https://www.institut-fuer-menschenrechte.de/fileadmin/Redaktion/GGDB/ECtHR_Guide_Article_8.pdf (ECHR-KS)
Vat jurisprudentie samen over inmenging in gezinsleven en relationele banden, inclusief begrenzing van institutionele inmenging. - Wet maatschappelijke ondersteuning 2015 – inclusief art. 2.1.3 samenredzaamheid
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362 (Wetten.overheid.nl)
Legt vast dat gemeenten het sociaal netwerk moeten benutten en misbruik of oneigenlijk gebruik van de wet moeten tegengaan. - Jeugdwet – o.a. kwaliteitseisen en netwerkbetrokkenheid (art. 4.1.2)
https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925/ (Wetten.overheid.nl)
Bepaalt dat hulp veilig, effectief en cliëntgericht moet zijn, met nadruk op betrokkenheid van ouders, familie en sociaal netwerk. - Beroepscode voor professionals in sociaal werk & SKJ-richtlijnen
https://www.bpsw.nl/app/data/uploads/2021/10/BPSW-Beroepscode-2021.pdf (BPSW)
Formuleren normen rond macht, samenwerking, transparantie en respect voor relaties; bieden tuchtrechtelijk toetsingskader bij isolatie en netwerkblokkade.







