Door Alexander Groenheide

SevenSenses positioneert zich als pionier met het “community-up” model: een ogenschijnlijke verzoening tussen top-down en bottom-up, waarin de systeemwereld en de leefwereld samen zouden komen in een co-creatief proces. Een mooie gedachte. Maar hoe diep durven we echt te kijken? Wat als deze ‘derde weg’ vooral een slimme semantische paraplu is die bestaande machtsstructuren intact laat – en participatie opnieuw inkadert binnen gecontroleerde kaders?

Laten we kritisch zijn. De term “community-up” suggereert samenwerking, maar wie bepaalt de spelregels van die samenwerking? Wie bepaalt of een bijdrage legitiem is, of iemand “constructief genoeg” meedoet? In de praktijk blijkt dat veel van deze trajecten alsnog vertrekken vanuit een gemeentelijk of institutioneel initiatief, met professionals die vanuit hun structuren en gewoonten ‘openstaan’ voor input – zolang die past binnen het vooraf gestelde doel.

Waar blijft het eigenaarschap van wie het echt raakt?

SevenSenses heeft het over het loslaten van controle. Maar waarom komt de controle dan altijd weer terecht bij de institutionele partijen? Waarom wordt ‘heelheid’ gestuurd door de kant die de middelen heeft? Waar is de ruimte voor echte systeemkritiek? Voor radicale gelijkwaardigheid?

Wat ontbreekt, is een fundamenteel besef dat verschillen geen obstakel zijn, maar kracht. We hebben geen methodiek nodig die verschillen gladstrijkt tot consensus. We hebben een cultuur nodig waarin verschillen gevierd worden als bron van creatieve spanning, waar conflict mag bestaan zolang het constructief blijft en waar mensen op basis van hun inclusieve competenties worden erkend – niet op hun vermogen zich aan te passen aan een professioneel discours.

Dialoog als echte uitnodiging

Deze column is geen aanval. Het is een uitnodiging. Om in dialoog te gaan. Om samen te reflecteren op de vraag: hoe maken we van community-up geen brave variant van bestaande machtsmodellen, maar een werkelijke transformatie naar een waardensamenleving waarin niemand meer ‘mee mag doen’, maar iedereen al vanaf het begin eigenaar is?

Laten we onze energie bundelen. Niet in het overtuigen van elkaar, maar in het erkennen van onze verschillen als gelijkwaardige bijdragen aan een samenleving die menselijkheid voorop zet. Want pas als we allemaal eigenaar zijn van het proces – ook buiten de muren van gemeentehuizen en denktanks – ontstaat er werkelijk iets nieuws.

Zullen we?


En toen kwamen ze elkaar tegen bij de koffietafel…

Het was op een regenachtige dinsdag in Nieuwegein. De beleidsadviseur van de gemeente, strak in pak, gewapend met Excel-tabellen en een PowerPoint vol KPI’s, stond tegenover Sanne, buurtmoeder van drie kinderen en zelfverklaard ervaringsdeskundige in overleven-op-warmtekussens-en-inspraakavonden.

“Wij willen graag de regie aan de burger geven,” zei de beleidsadviseur terwijl hij onbewust zijn dossiermap iets strakker tegen zich aan klemde.

“Oh, da’s fijn. Dan wil ik graag de lege basisschool om de hoek ombouwen tot een ontmoetingsplek,” zei Sanne.

De beleidsadviseur schraapte zijn keel. “Nou, dat moet wel passen binnen ons integrale uitvoeringsplan 2024-2028 inclusief toetsingskader en subsidiestructuur, natuurlijk.”

“Tuurlijk,” zei Sanne. “Ik zal even mijn drie kinderen, twee bijbanen en mantelzorgverplichtingen parkeren om dat integraal door te nemen.”

De zaal lachte. Even. Zenuwachtig. Want iedereen herkende het. De ene kant had geld en jargon, de andere kant had praktijkkennis en gevoel. En beide waren even doodmoe van praten zonder verandering.

En toen gebeurde het onverwachte…

De projectleider liet per ongeluk zijn tablet in de koffiekop vallen. Sanne schoot in de lach. “Zal ik je even leren hoe je een handgeschreven agenda maakt?”

De beleidsadviseur, nat van de koffie en voor het eerst zonder scherm, knikte. “Alleen als jij me leert hoe ik buurtbewoners moet uitnodigen zonder dat ze denken dat het weer een ‘beleidsfabelavond’ wordt.”

Die dag gingen ze aan de slag. Niet met projectplannen, maar met post-its, panini’s en potloden. Iedereen bracht iets mee: een verhaal, een zorg, een grap. Iemand zette koffie. Iemand anders bakte appeltaart. De directeur maakte per ongeluk een meme. En niemand vroeg wie waarvoor betaald werd.

Het besef

Toen ze samen in een kring zaten, zonder podium, zonder PowerPoint, keken ze elkaar aan en begrepen het: niemand heeft het overzicht. Iedereen heeft een stukje. En alleen als je het samenlegt, krijg je het volledige plaatje.

Verantwoordelijkheid bleek niet het eindpunt van een proces, maar het startpunt van vertrouwen. Niet vanuit de functie, maar vanuit de mens. En dat is de echte verbroedering: niet omdat we het eens zijn, maar omdat we het samen willen dragen.

Dus ja, soms begint het met een tablet in een kop koffie. Of met een mislukte beleidssessie die eindigt in een potluck. Maar als dat is wat nodig is om een waardensamenleving op te bouwen, laten we dan vooral nog meer koffie morsen.


Durf jij het gesprek aan?

Neem contact op met Alexander Groenheide van De Kamer van Sociale Waarden:

Of reageer direct onder deze blog en deel jouw perspectief – mits je het aandurft om samen écht anders te denken.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven