update op 15 januari 2026:
In 2021 publiceerde De Kamer van Sociale Waarden teksten die scherp, confronterend en emotioneel geladen waren. Die toon kwam niet voort uit sensatiezucht, maar uit een diepe morele schok: de ontdekking dat kinderen en ouders binnen institutionele kaders structureel schade konden oplopen, terwijl effectieve rechtsbescherming uitbleef.
Die fase verdient erkenning. Zonder die eerste woorden was er geen bewustwording geweest.
Tegelijkertijd is inzicht geen stilstaand gegeven. In de jaren daarna heeft onze analyse zich verdiept. Niet omdat het probleem kleiner werd, maar omdat het preciezer benoemd kon worden. Wat aanvankelijk werd ervaren als onrecht, bleek bij nadere bestudering een samenloop van juridische blinde vlekken, systemische zelfrechtvaardiging en onvoldoende toetsing van daadwerkelijke schade.
Dit hoorbericht is bedoeld als transparante verantwoording van die ontwikkeling.
Het is geen afstand nemen van eerdere zorgen en geen herschrijving van de geschiedenis. Het is een explicitering van hoe verontwaardiging is omgezet in verantwoordelijkheid, en hoe morele urgentie is vertaald naar een juridisch en normatief kader dat standhoudt in dialoog met instituties, toezichthouders en rechtspraak.
Wij publiceren dit document omdat maatschappelijke tegenmacht alleen geloofwaardig is wanneer zij ook zichzelf kan bevragen, begrenzen en uitleggen. Juist dat achten wij noodzakelijk om bij te dragen aan duurzame verandering, binnen de beloftes van de rechtsstaat en met blijvende aandacht voor de menselijke gevolgen van institutioneel handelen.
Van 2021 naar nu – hoorbericht en verantwoording
Inleiding
Dit hoorbericht dient als publieke en bestuurlijke verantwoording van de ontwikkeling die De Kamer van Sociale Waarden (de KvSW) sinds 2021 heeft doorgemaakt in haar analyse, taalgebruik en positionering ten aanzien van institutionele schade binnen jeugdbescherming, zorg en familierecht.
Het document is nadrukkelijk geen intrekking van eerdere uitingen, maar een contextualisering daarvan. Het beoogt inzichtelijk te maken hoe inzichten zijn verdiept, begrensd en juridisch verankerd, zonder de oorspronkelijke zorgen te ontkennen of te relativeren.
—
1. De context van 2021: morele schok en maatschappelijke blindheid
In 2021 bevond de KvSW zich in een fase van directe confrontatie met een systeem dat structureel schade veroorzaakte, terwijl effectieve rechtsbescherming uitbleef. Ouders en kinderen werden geconfronteerd met langdurige maatregelen, sociale uitsluiting en psychische ontwrichting, zonder dat deze effecten als zodanig werden erkend.
De toon van publicaties uit die periode weerspiegelde:
het ontbreken van adequate klachtenroutes;
het ervaren van institutionele geslotenheid;
en het voortdurend worden doorverwezen tussen instanties zonder inhoudelijke beantwoording.
Deze toon was scherp, confronterend en soms absoluut. Zij kwam voort uit de ervaring dat bestaande juridische en bestuurlijke taal ontoereikend was om de ernst van de schade te duiden.
—
2. Reflectie: wat bleek ontoereikend
In de jaren daarna is gebleken dat deze vorm van taal, hoewel begrijpelijk en oprecht, beperkingen kent:
1. Zij activeert defensie in plaats van verantwoordelijkheid.
2. Zij maakt het moeilijk om onderscheid te maken tussen individuele schuld en structurele tekortkomingen.
3. Zij biedt onvoldoende aanknopingspunten voor juridisch toetsbare vervolgstappen.
Dit inzicht leidde niet tot inhoudelijke herroeping, maar tot een herbezinning op strategie en formulering.
—
3. De ontwikkeling: van aanklacht naar normatief kader
Sindsdien heeft de KvSW haar benadering verdiept en gestructureerd. De focus is verschoven naar:
het systematisch documenteren van schade;
het onderscheiden van intentie en effect;
het plaatsen van casuïstiek binnen geldend nationaal en internationaal recht;
en het aanspreken van instellingen op hun zorgplicht, proportionaliteit en mensenrechtelijke verantwoordelijkheid.
De kernvraag is niet langer uitsluitend wie faalt, maar:
> Op welke punten schiet het systeem tekort in het voorkomen, herkennen en herstellen van schade?
—
4. Juridische en normatieve verankering
De huidige positionering van deKvSW is expliciet gebaseerd op:
het Wetboek van Strafrecht (o.a. art. 300 Sr);
het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (art. 3 en 8 EVRM);
het Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind;
beginselen van proportionaliteit, subsidiariteit en voortdurende toetsing.
Vanuit dit kader wordt gesteld dat:
een gerechtelijke titel geen vrijbrief vormt voor gezondheidsschade;
langdurige sociale uitsluiting aantoonbare gevolgen heeft;
en dat institutionele context geen uitsluitingsgrond vormt voor verantwoordelijkheid.
—
5. Huidige positie: volwassen tegenmacht
De KvSW positioneert zich thans niet als tegenstander van rechtspraak of zorg, maar als maatschappelijke tegenmacht met als doel:
normatieve grenzen te expliciteren;
dialoog juridisch afdwingbaar te maken;
en bij te dragen aan structurele verbetering.
Dat vereist zorgvuldigheid, precisie en transparantie — ook over de eigen ontwikkeling.
—
6. Slotverklaring
Wat in 2021 werd verwoord in woede, wordt nu gedragen door analyse. Wat toen schuurde, wordt nu onderbouwd.
Deze ontwikkeling weerspiegelt geen afzwakking van de kernzorgen, maar een versterking ervan. Zij markeert de overgang van morele noodkreet naar juridisch en maatschappelijk verantwoorde positionering.
De Kamer van Sociale Waarden blijft zich inzetten voor de bescherming van kinderen, ouders en gezinnen, binnen de grenzen én de beloftes van de rechtsstaat.
De societeit biedt slachtoffers van institutionele mishandeling bescherming, binnen onze 4 muren.
DE SOCIETEIT is op zoek naar ervaringsdeskundigen en slachtoffers van institutionele mishandeling. Mishandeling dat plaats vond onder regie van een persoon binnen een instelling, die gerechtelijk uit mandaat van die instelling een jeugdbeschermingsmaatregel ten uitvoering brengt of bracht.
De societeit is van mening dat het Openbaar ministerie en het strafhof onterecht geen aandacht besteedt aan mishandeling door profesionele instanties binnen jeugdbeschermingsmaatregelen. En kan deze onachtzaamheid en het bagatelliseren van deze feitelijke misdrijven, door het OM aantonen.
Art 300 lid 4. Van het strafrecht geeft aan dat je iemand mishandelt als je opzettelijk en langdurig van iemand de gezondheid beperkt. Mishandeling is een misdrijf en kent een straf en een vervolging indien voldoende aangetoond.
We willen aangiftes gaan doen van mishandeling door deze personen, werkende voor deze instellingen. We willen aangifte doen van smaad en laster. Door deze personen. Onzorgvuldig te zijn met vertrouwelijke informatie en deze dan zelfs als feiten en waarheden publiceren.
En het bezitten en ten uitvoering brengen van protocollen die aanzetten tot mishandeling. Maken de mishandeling opzettelijk en bij overlijden. MOORD.
We willen aangifte gaan doen van mishandeling door deze instellingen, werkende in opdracht van de kinderrechter. Maatregelen te verduurzamen door mazen in de wet de zorg te mogen frustreren.
We willen aangifte gaan doen van mishandeling door de kinderrechters, in opdracht van de rechtbanken en gerechtshoven. Zich niet houden aan de wet en profesionals toelaten in het familierecht superieur te achten. En als zodanig de eed niet nodig achten binnen die superieure positie als professional. Ook als zij assosiaal zijn in de besluitvorming rond de veiligheid. Waarbij de normen en waarden die nodig zijn daarin te beslissen niet gereflecteerd met de normen en waarden van de omgeving.
We willen aangifte doen van mishandeling door rechtbanken en gerechtshoven in opdracht van de Nederlandse staat. Kinderrechters in dienst te hebben en hen te faciliteren strafrechtelijk vergrijpen te plegen.
We willen aangifte doen tegen de betrokken bestuursleden, voorzitters, volksvertegenwoordigers en ook tegen Het OM om structureel kindermishandeling en mishandeling als instrument in te zetten een gerechtelijke maatregel te waarborging. En dat sociaal wenselijk te achten. Niet gereflecteerd aan de lokale normen En waarden.
We willen aangifte doen tegen de Nederlandse staat, die profesionals in staat stelt humane normen en waarden uit te sluiten binnen de zorg. Professionals deze normen en waarden laten bepalen, wetende deze opereren binnen door de staat opgestelde juridische beroepsmatige kaders en beperkingen. Zoals de Meldingsplicht. En sociaal wenselijk gedrag bepalende wordt indien waarheidsvinding er niet toe doet. In de hulpverlening dit lijdt tot keteninfantiliteit. Of wel, hulpverleners respecteren elkaars sociaal wenselijkheid, over te gaan tot opsluiting van een minderjarige. Of uitsluiting van een ouder. Veelal ook nog beperkt of lijdende aan een geestelijke of lichamelijke beperking. Is dit naar onze mening onprofesioneel, ondeskundig, niet de titel jeugdbescherming of jeugdzorg waardig en op geen enkele wijze ruchtbaarheid gevende aan de beschermingen vernoemd binnen zelfs internationale verdragen ter bescherming van het kind en de mens.
Want ongeacht of er een gerechtelijke uitspraak voorligt, ongeacht of het deskundige en professionele mensen betreft die het uitvoeren. Bestaan er geen uitsluitingsgronden in wetgeving ter bescherming tegen mishandeling, die DOOR EEN GERECHTELIJKE UITSPRAAK DE PROFESIONAL HET RECHT GEEFT een KIND EN/OF OUDER te mishandelen.
Een kind opsluiten is het beperken van de gezondheid.
Een gerechtelijke uitspraak maakt de opgelegde beperking opzettelijk. Waarin als men kan spreken over een blijvende chronische aandoening , wij sociaal wenselijk stellen altijd te kunnen spreken over langdurig. Dus mishandeling. Elke sociale handeling in de ontwikkeling van een kind draagt bij aan zijn ontwikkeling. Uitsluiting, opsluiting, vernedering, ontwaardiging, onthechting, zijn sociale handelingen die hoe lang dan ook bijdragen aan het verkrijgen van chronische aandoeningen. Lichamelijk of geestelijk.
Een ouder uitsluiten is het beperken van de gezondheid. Een gerechtelijke uitspraak maakt de opgelegde beperking opzettelijk en de normen en waarden die van invloed zijn, niet gereflecteerd naar de omgeving maken deze gijzeling langdurig, dus net als opsluiting (kinder)mishandeling.
Sociaal wenselijkheid wat tot mishandeling LIJDT in dit inhumane normloze, waardeloze, en zinloze JEUGDZORGCONSTRUCT MET SOCIAAL WENSELIJK GEWELD vanuit INHUMAAN handelende Profesionals jegens een kind. In zijn of haar o zo belangrijke ontwikkeling. Daar moet een halt aan toegeroepen worden en de DADERS vervolgt.
Het onderstaande artikel is uit 2011. En spreekt over institutioneel geweld. Wat tot op de dag van vandaag nog altijd plaats vindt.







