Jij overheid, jij hebt je burgers inspraak te geven

CIV-RAMP vertrekt vanuit één eenvoudige realiteit: wanneer systemen falen en besluitvorming vastloopt, zijn het burgers die handelen—en juist daarom moeten zij vooraf georganiseerd, getraind en volwaardig betrokken zijn bij rampenbestrijding

Wat een merkwaardig idee eigenlijk. Burgers inspraak geven.
Alsof zij iets te maken zouden hebben met besluiten die over hun leven, woonomgeving, kinderen, inkomen of toekomst gaan.

En toch: het werkt.

Inspraak als ongemak (voor de overheid)

Wanneer je burgers inspraak geeft, gebeurt er iets ongemakkelijks.
Ze gaan nadenken.
Vragen stellen.
Verantwoordelijkheid voelen.

Niet omdat ze dat ineens “moeten”, maar omdat ze zich eigenaar gaan voelen van het proces.
Eigenaarschap leidt onvermijdelijk tot betrokkenheid.
En betrokkenheid tot verantwoording — aan zichzelf én aan elkaar.

Dat is lastig, want het doorbreekt het comfortabele idee dat beleid iets is wat voor mensen wordt gemaakt, in plaats van met mensen.

Eigenaarschap is geen risico, maar een hulpmiddel

Ironisch genoeg maakt inspraak jouw werk als overheid eenvoudiger.

Want besluiten die aantoonbaar tot stand zijn gekomen:

  • na consultatie,
  • met open afwegingen,
  • en met zichtbare participatie,

zijn beter verdedigbaar. Juridisch. Bestuurlijk. Maatschappelijk.

Je hoeft minder uit te leggen waarom iets is besloten,
omdat het proces zelf al het antwoord is.

Democratische legitimiteit hoeft dan niet meer geclaimd te worden —
ze is aantoonbaar aanwezig.

De ultieme paradox: toezicht op jezelf

Het mooiste effect volgt pas daarna.

Als burgers meedoen, meekijken en meedenken,
ontstaat er vanzelf een vorm van toezicht.

Niet repressief.
Niet wantrouwend.
Maar gedeeld.

Het enige wat jij als overheid nog hoeft te doen,
is dat toezicht afdoende en onafhankelijk te organiseren.

Met andere woorden:
je hoeft jezelf alleen nog maar goed te controleren.

Tot slot

Inspraak is geen gunst.
Het is geen vertraging.
Het is geen risico.

Het is een bestuursinstrument dat:

  • vertrouwen vergroot,
  • draagvlak versterkt,
  • en de illusie van controle vervangt door echte legitimiteit.

Maar dat vraagt wel iets ongemakkelijks van je.

Loslaten.
Luisteren.
En accepteren dat democratie geen vinkje is,
maar een werkwoord.

Ironisch, nietwaar?


Fluisteren als beleidsstrategie

Mij wordt geadviseerd het zachter te zeggen.
Niet één keer helder, maar tien keer gedempt.
Niet roepen, maar fluisteren. Alsof waarheid vooral een volumekwestie is.

Blijkbaar wil een mens niet weten waar het fout gaat,
maar hooguit dat het ergens vaag ongemakkelijk wordt.

Dus ben ik pragmatisch.
Ik besteed het fluisteren uit.
Aan iets dat geen last heeft van gekrenkte ego’s, bestuurlijke gevoeligheden of vergadercircuits.

Ik fluister het tien keer.

  1. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  2. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  3. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  4. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  5. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  6. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  7. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  8. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  9. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.
  10. Geef de burger inspraak, dan neemt hij verantwoordelijkheid voor zijn eigen bijdrage.

Zacht genoeg zo?

Want als zelfs tien keer fluisteren niet wordt gehoord,
dan ligt het probleem niet bij het volume,
maar bij het vermogen — of de bereidheid — om te luisteren.

En misschien is dát wel precies waar het fout gaat.


Van fluisteren naar voorbereiden: CIV-RAMP

Er komt een moment waarop fluisteren niet meer volstaat.
Niet omdat we harder moeten praten, maar omdat de realiteit harder wordt.

We zijn met CIV-RAMP bezig omdat rampen zich niets aantrekken van bestuurlijke lagen, vergaderstructuren of begrotingscycli.
Een overstroming wacht niet op een besluit.
Een stroomuitval vraagt geen mandaat.
Twintigduizend daklozen melden zich niet netjes per beleidsdomein.

De vraag is niet of, maar hoe

De vraag is niet of burgers betrokken zijn bij rampenbestrijding.
Dat zijn ze al.

De vraag is:

  • hoe gaan we om met massale uitval van infrastructuur?
  • hoe organiseren we voedselvoorziening wanneer wegen zijn afgesloten?
  • hoe waarborgen we medische zorg wanneer systemen falen?
  • en vooral: wat doen we met burgers die willen helpen, maar nergens terechtkunnen?

Op dit moment zien we vaak hetzelfde patroon:
professionals raken overbelast,
gemeenten en veiligheidsregio’s trekken zich terug in besluitvormingsruimtes,
en burgers organiseren zichzelf — buiten beeld, buiten structuur, buiten erkenning.

Dat is geen verwijt.
Dat is een constatering.

CIV-RAMP: burgerparticipatie als kracht, niet als bijzaak

CIV-RAMP staat voor burgerparticipatie, faciliteit, platform en samenwerking.
Niet als alternatief voor professionele rampenbestrijding,
maar als aanvulling binnen competenties.

Mensen beschikken over vaardigheden, kennis en netwerken:

Die competenties bestaan al.
Wat ontbreekt, is een systeem dat ze vooraf zichtbaar maakt, traint en organiseert.

Zodat we niet pas tijdens de chaos hoeven te improviseren.

Kritisch zijn is geen verstoring, maar voorbereiding

Samenwerken met overheden betekent ook: kritisch durven zijn.
Een eigen stem hebben.
Vragen stellen over aannames, kwetsbaarheden en blinde vlekken.

Niet om tegen te werken,
maar om scenario’s te verbeteren voordat ze werkelijkheid worden.

CIV-RAMP maakt het mogelijk om:

  • rampscenario’s gezamenlijk uit te werken,
  • trainingen te organiseren,
  • en via CIV-CAMP-workshops competenties te ontwikkelen die direct inzetbaar zijn.

Dan is het gestructureerd.
Dan is er organisatie vóór de crisis.
Dan staan mensen niet in de kou omdat ze geen rol, geen kader of geen erkenning hebben.

Technologie als dienend instrument

Dit kan technologisch zorgvuldig, veilig en dienend worden ingericht.
Met duidelijke afspraken over:

In participatieve platforms telt iedere stem,
juist omdat die diversiteit vormt wat nodig is om de bevolking te beschermen wanneer systemen onder druk staan.

Het gesprek aangaan — vóórdat het misgaat

Ja, wij willen in gesprek met gemeenten.
Ja, met veiligheidsregio’s.
Ja, met NGO’s, defensie en ook met de NAVO — want die leeft letterlijk tussen ons.

Niet vanuit wantrouwen,
maar vanuit het besef dat veerkracht een gezamenlijke opgave is.

Rampen vragen geen perfecte structuren.
Ze vragen voorbereide mensen.

En als burgers toch al gaan handelen wanneer het erop aankomt,
laten we er dan samen voor zorgen dat ze dat niet alleen hoeven te doen.

Dat is waar CIV-RAMP voor staat.


Illustratie van drie verbonden CIV-eilanden met zorg, onderwijs en crisisvoorbereiding
Overzichtsbeeld van de CIV-initiatieven als praktische fundamenten van de waardensamenleving.

Position Paper

CIV-RAMP

Burgerparaatheid en maatschappelijke veerkracht rond NAVO-objecten

1. Aanleiding en context

In Nederland is rampen- en crisisbeheersing grotendeels georganiseerd langs nationale lijnen, met uitvoering via veiligheidsregio’s en gemeenten. Deze structuur functioneert in reguliere omstandigheden, maar kent beperkingen bij grootschalige, complexe of hybride dreigingen.

In regio’s waar NAVO-objecten zijn gevestigd, zoals Brunssum, komt daar een extra dimensie bij:
strategische functies die risico’s met zich meebrengen voor de directe leefomgeving, terwijl de maatschappelijke voorbereiding van omwonenden beperkt is.

De risico’s liggen niet bij de bevolking, maar bij de functie en betekenis van de objecten.
Toch wordt van burgers impliciet verwacht dat zij deze risico’s aanvaarden, zonder structureel te worden betrokken bij paraatheid, scenario-denken of maatschappelijke weerbaarheid.

2. Het probleem: een structurele lacune

In de praktijk zien we drie structurele knelpunten:

  1. Rijksniveau
    • Richt zich primair op militaire en nationale veiligheid
    • Beperkte ruimte voor regionale, burgergerichte paraatheid rond strategische objecten
  2. Regionaal en lokaal niveau
    • Gemeenten en veiligheidsregio’s zijn verantwoordelijk voor maatschappelijke stabiliteit
    • Maar beschikken niet over middelen of kaders om burgerparaatheid rond NAVO-objecten zelfstandig te organiseren
  3. Burgers en omwonenden
    • Zijn altijd de eersten ter plaatse bij crises
    • Willen helpen, maar missen structuur, training en afstemming
    • Zelforganisatie ontstaat ad hoc, ongecoördineerd en zonder erkenning

Deze lacune leidt tot een paradox:
burgers worden cruciaal in crisissituaties, maar zijn vooraf nauwelijks betrokken of voorbereid.

3. CIV-RAMP: wat is het wel, en wat niet

CIV-RAMP staat voor Civil Involvement in Resilience & Mitigation Platforms.

Het is:

CIV-RAMP is niet:

  • een vervanging van professionele hulpdiensten,
  • een actiegroep,
  • een veiligheidsorganisatie,
  • of een politieke beweging.

CIV-RAMP is wel:

  • een faciliterend platform waarin burgers, professionals en instellingen elkaar aanvullen;
  • een voorbereidende laag vóór de crisis;
  • een manier om burgerkracht georganiseerd, getraind en afgestemd beschikbaar te maken.

4. Waarom rond NAVO-objecten?

NAVO-objecten:

  • zijn strategisch van belang,
  • trekken geopolitieke aandacht,
  • en kennen risico’s die zich niet beperken tot het terrein zelf.

Daarnaast geldt:

  • NAVO-medewerkers en hun gezinnen wonen midden in de samenleving;
  • zij zijn in een crisis eerst burger, daarna professional;
  • hun leefomgeving is direct verbonden met de paraatheid van de regio.

NAVO zelf onderkent het belang van resilience en civil preparedness.
Wat echter ontbreekt, is een maatschappelijk georganiseerde burgercomponent op regionaal niveau.

CIV-RAMP richt zich precies op die ontbrekende schakel.

5. Wat CIV-RAMP concreet doet

CIV-RAMP ontwikkelt en faciliteert:

  1. Rampscenario’s
    • overstroming
    • langdurige stroomuitval
    • infrastructuuruitval
    • grootschalige evacuatie
    • hybride verstoringen
  2. Burgercompetenties
    • logistiek en distributie
    • zorg en ondersteuning
    • communicatie en informatie
    • organisatie en coördinatie
    • sociale stabiliteit
  3. Training en workshops (CIV-CAMP)
  4. Participatief platform
    • met duidelijke afspraken over rollen, informatie en grenzen
    • dienend aan professionals, niet verstorend

6. Rol van provincie, gemeenten en NAVO

CIV-RAMP vraagt geen overdracht van verantwoordelijkheid, maar gedeelde betrokkenheid.

Van de provincie:

  • ruimte voor een pilot;
  • (co-)financiering vanuit regionale veerkracht, veiligheid of leefbaarheid;
  • bestuurlijke rugdekking voor samenwerking.

Van gemeenten:

  • aansluiting bij lokale netwerken;
  • aanwezigheid en afstemming;
  • erkenning van burgerparticipatie als voorbereiding.

Van NAVO-gerelateerde partijen:

  • dialoog over raakvlakken met resilience en civil preparedness;
  • mogelijke bijdrage via bestaande kaders;
  • erkenning dat burgerparaatheid ook hun maatschappelijke omgeving versterkt.

7. Waarom dit verstandig is

  • Preventie is goedkoper dan crisisrespons
  • Voorbereide burgers ontlasten professionals
  • Structuur voorkomt chaos
  • Maatschappelijke veerkracht vergroot draagvlak
  • Regionale paraatheid versterkt nationale veiligheid

CIV-RAMP is daarmee geen extra risico, maar een risicoreducerende factor.

8. Afsluiting

Crisissen wachten niet op bestuurlijke afstemming.
Burgers handelen altijd — de vraag is of zij dat georganiseerd en ondersteund doen.

CIV-RAMP biedt een realistisch, regionaal en verbindend antwoord op een vraagstuk dat tot nu toe tussen bestuurslagen in is blijven hangen.

Wij nodigen betrokken partijen uit om dit niet als een eindpunt, maar als een begin van samenwerking te zien.


Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven