Wie beschermt het verhaal van het slachtoffer wanneer het systeem tekortschiet?

Audio-manifest

Wie beschermt het verhaal van het slachtoffer wanneer het systeem tekortschiet?

Luister naar de voice-over van dit opiniestuk. Gebruik de hoofdstukken of transcriptie om gericht mee te lezen.

Waveform wordt geladen…
MP3 downloaden Transcriptie downloaden 00:00 / 00:00
Start de audio om de transcriptie mee te lezen.
Transcriptie meelezen

Transcriptie wordt geladen…

Over aangifterecht, bewijs, journalistiek onderzoek, privacy en de wederkerige plicht tot zorgvuldigheid

Kern: Ervaringen verdienen onderzoek, maar geen voorafgaande veroordeling. Dezelfde norm van zorgvuldigheid hoort te gelden voor slachtoffer, verdachte, politie, justitie, stichting en journalistiek.

Wie beschermt het verhaal van het slachtoffer wanneer het systeem tekortschiet?

De oproep van Stichting Project Speak Now voor een journalistiek onderzoek van Zembla naar ervaringen met aangifte na seksueel misbruik en seksueel geweld heeft iets blootgelegd dat verder gaat dan de oorspronkelijke vraag: “Heb jij aangifte gedaan?”

Onder de Facebookoproep ontstond een stroom aan reacties. Mensen vertellen dat zij aangifte deden en hun zaak zagen eindigen in een sepot. Anderen zeggen dat zij werden ontmoedigd om aangifte te doen, meerdere keren moesten terugkomen of zelfs te horen kregen dat een aangifte niet zou worden opgenomen. Er zijn verhalen over minderjarigheid, huiselijk en seksueel geweld, gebrek aan bewijs, één-tegen-één-situaties en jarenlange gevolgen.

Dat verdient aandacht. Maar juist omdat deze verhalen ernstig zijn, moeten we méér doen dan ze geloven óf wantrouwen. We moeten ze zorgvuldig onderzoeken.

En precies daar ontstaat een ongemakkelijke dubbele vraag. Wat gebeurt er wanneer een burger bij de politie aanklopt met een verhaal over seksueel geweld? Maar óók: wat gebeurt er met datzelfde verhaal wanneer het slachtoffer het vervolgens aan een stichting, journalist of mediaplatform toevertrouwt?

Wie kritisch naar de overheid kijkt, moet bereid zijn dezelfde maatstaf van zorgvuldigheid toe te passen op maatschappelijke organisaties en journalistiek. Dat is geen aanval op slachtoffers, politie, Stichting Project Speak Now of Zembla. Het is wederkerigheid.

Het recht om gehoord te worden is niet hetzelfde als het recht op vervolging

Een van de belangrijkste lessen uit de reacties is dat vier verschillende stappen voortdurend door elkaar lijken te lopen: een melding doen, aangifte doen, voldoende bewijs verzamelen en besluiten tot vervolging. Die vier zijn niet hetzelfde.

Volgens de Rijksoverheid is de politie verplicht een aangifte op te nemen. Tegelijkertijd betekent het opnemen van een aangifte uiteraard niet dat iedere aangifte tot een strafrechtelijk onderzoek, vervolging of veroordeling moet leiden.

En dat laatste moet eveneens hardop worden gezegd. De rechtsstaat beschermt namelijk niet alleen slachtoffers. Zij beschermt óók verdachten tegen een veroordeling waarvoor onvoldoende wettig en overtuigend bewijs bestaat.

Dat kan voor slachtoffers buitengewoon pijnlijk zijn. Maar een sepot is op zichzelf geen bewijs dat politie of Openbaar Ministerie heeft gefaald. Een vrijspraak is evenmin automatisch een bewijs dat het slachtoffer heeft gelogen.

Een slachtoffer kan de waarheid vertellen terwijl die waarheid strafrechtelijk onvoldoende bewijsbaar blijkt. En een verdachte kan niet worden veroordeeld uitsluitend omdat een beschuldiging ernstig en invoelbaar is. Juist bij seksueel geweld botst die werkelijkheid hard.

Bewijsproblemen mogen de toegang tot aangifte niet afsluiten

Daar ligt tegelijkertijd de andere kant. Wanneer iemand bij de politie komt en een mogelijk strafbaar feit wil aangeven, mag de bewijsvraag niet eenvoudig worden omgekeerd: heeft u camerabeelden, zijn er getuigen, heeft u opnames, nee, dan kunnen we niets.

Wanneer het werkelijk zo is gegaan, ontstaat een principieel probleem. Een slachtoffer is geen opsporingsambtenaar. Van een burger kan niet worden verlangd dat die eerst zelf een vrijwel vervolgingsrijp strafdossier samenstelt voordat een aangifte serieus wordt genomen. Het is juist een functie van opsporing om te onderzoeken welk bewijs aanwezig kan zijn.

Bij zedenzaken ligt dit ingewikkelder omdat een informatief gesprek en zorgvuldige voorlichting een belangrijke functie hebben. Iemand mag worden uitgelegd dat een strafrechtelijke procedure zwaar kan zijn, dat indringende vragen kunnen volgen en dat vervolging onzeker kan zijn. Dat is zorgvuldigheid.

Maar er bestaat een grens tussen informeren en ontmoedigen. En precies naar die grens zou onderzoek moeten worden gedaan.

Donkere infographic met vier stappen: melding, aangifte, bewijs en opsporing, en vervolgingsbeslissing.
Infographic 1 — Van melding tot vervolging: vier verschillende beslismomenten die in het publieke debat vaak door elkaar lopen.

De reacties bewijzen geen structureel falen — maar wegwuiven kan evenmin

Hier moeten ook critici van politie en justitie zorgvuldig blijven. Een verzameling Facebookreacties is geen representatief wetenschappelijk onderzoek.

Mensen die goede ervaringen hebben, reageren mogelijk minder snel onder een oproep die expliciet naar problematische ervaringen vraagt. Herinneringen kunnen onvolledig zijn. Een juridisch sepot kan door een slachtoffer begrijpelijkerwijs worden ervaren als: “ze geloofden mij niet”, terwijl de formele sepotgrond anders luidde.

En een politieagent die uitlegt dat bewijsvoering problematisch zal zijn, kan door een getraumatiseerd slachtoffer worden ervaren als ontmoediging zonder dat dit de bedoeling was. Dat moeten we durven benoemen.

Maar het omgekeerde geldt evenzeer. Wanneer tientallen mensen onafhankelijk van elkaar vergelijkbare ervaringen beschrijven — niet serieus genomen, ontmoedigd, aangifte niet opgenomen, meerdere keren moeten terugkomen, geen bewijs dus geen zaak — ontstaat een signaal.

Geen bewijs van institutioneel falen. Wel een signaal dat institutioneel onderzoek rechtvaardigt. Een rechtsstaat die zichzelf serieus neemt, wordt niet zwakker van zo’n onderzoek. Hij wordt er sterker van.

Donkere infographic met rechten, verantwoordelijkheden en begrenzingen voor slachtoffer, politie en OM, journalistiek en stichtingen, en verdachte.
Infographic 2 — Wederkerigheid: rechten en verantwoordelijkheden bestaan naast elkaar en begrenzen elkaar.

Van verhalen naar dossiers

Daar ligt naar onze mening ook de uitdaging voor Zembla. De journalistieke waarde zit uiteindelijk niet in het aantal schrijnende Facebookreacties. Die zit in de mogelijkheid om te onderzoeken wat er feitelijk gebeurde.

Wanneer iemand zegt dat de politie vijfmaal weigerde een aangifte op te nemen, moet worden onderzocht wanneer dat gebeurde, bij welke eenheid, welke contacten er waren, wat er geregistreerd staat en welke reden daarvoor werd gegeven.

Wanneer iemand zegt dat een zaak wegens “één tegen één” werd geseponeerd, moet — voor zover mogelijk en met toestemming en adequate bescherming — worden bekeken wat de daadwerkelijke beslissing van politie en OM was.

Daarmee verandert “Ik werd niet gehoord” in een onderzoekbare tijdlijn: incident, politiecontact, melding, informatief gesprek, verzoek om aangifte, aangifte, opsporing, OM-beslissing en eventuele klacht of artikel 12 Sv-procedure.

Wanneer tientallen dossiers vervolgens hetzelfde knelpunt laten zien, ontstaat journalistiek bewijs van een heel andere orde dan sociale-mediareacties. En wanneer dossiers juist aantonen dat de werkelijkheid genuanceerder ligt, moet een integere journalistieke productie óók bereid zijn dat te laten zien.

Maar wie onderzoekt de onderzoekers?

Daarmee komen we bij de andere helft van het probleem. De mensen die op Facebook reageren, delen soms informatie van een uitzonderlijk gevoelig karakter.

Er wordt gesproken over seksueel misbruik, verkrachting, kinderen, psychische gevolgen, vermeende plegers, politie-eenheden en procedures. Dat zijn niet zomaar reacties. Het zijn persoonsgegevens — en in verschillende gevallen behoren zij tot de meest gevoelige persoonsgegevens die de AVG kent.

Stichting Project Speak Now schrijft vervolgens publiekelijk: “Alle reacties zijn inmiddels doorgestuurd naar Zembla, die het onderzoek uitvoert.” Die zin verdient óók kritische aandacht.

Niet omdat Zembla geen journalistiek onderzoek zou mogen doen. De journalistieke vrijheid is fundamenteel en de Nederlandse privacywetgeving kent terecht een ruime journalistieke exceptie. Onderzoeksjournalistiek moet ernstige maatschappelijke misstanden kunnen onderzoeken.

Maar journalistieke vrijheid betekent niet: privacy doet er niet meer toe. De AVG kent juist bijzondere ruimte voor verwerking die noodzakelijk is voor journalistieke doeleinden. Tegelijkertijd blijven verantwoordelijkheid, noodzakelijkheid, dataminimalisatie en beveiliging relevante uitgangspunten.

En dat roept vragen op. Wat betekent “alle reacties doorgestuurd”? Alleen de tekst? Ook Facebooknamen? Profielfoto’s? Profielgegevens? E-mailadressen? Privéberichten? Namen van kinderen? Namen van vermeende plegers? Medische informatie? Locaties?

En vooral: was het voor iedere deelnemer voldoende duidelijk dat zijn of haar informatie op deze manier onderdeel zou worden van een journalistieke gegevensverwerking?

Dat iemand publiekelijk op Facebook vertelt dat hij of zij seksueel is misbruikt, betekent niet dat daarmee iedere verdere verwerking zonder meer vanzelfsprekend is. Openbaarheid is geen eigendomsoverdracht van persoonsgegevens.

Dat geldt temeer wanneer informatie over anderen wordt gedeeld. Een ouder die over seksueel misbruik van een kind vertelt, verstrekt niet uitsluitend eigen persoonsgegevens. Een slachtoffer dat een vermeende pleger noemt, verstrekt mogelijk strafrechtelijk uiterst gevoelige informatie over een derde. En iemand die een individuele politiefunctionaris beschuldigt van ernstig handelen, kan eveneens gegevens over die functionaris verstrekken.

Journalisten mogen zulke informatie onderzoeken. Maar juist daarom moeten zij er zorgvuldig mee omgaan.

De stichting, wederkerigheid en secundaire victimisatie

Er ontstaat bovendien een relevante juridische vraag over de positie van Stichting Project Speak Now. De stichting benadrukt zelf dat zij geen onderdeel van de politie is en de oproep namens een mediaplatform verspreidt. Later blijkt dat Zembla het onderzoek uitvoert.

Maar wie bepaalt dan precies welke gegevens worden verzameld? Wie bepaalt wat naar Zembla gaat? Wie bewaart de e-mails? Wie beslist wanneer gegevens worden verwijderd? Wie heeft toegang?

Is de stichting zelfstandig verwerkingsverantwoordelijke, gezamenlijk verantwoordelijk met de journalistieke organisatie, een uitvoerende partij of feitelijk onderdeel van het journalistieke verzamelproces? Dat zijn geen bureaucratische bijzaken. Wanneer je slachtoffers vraagt hun meest kwetsbare ervaringen aan je toe te vertrouwen, hoort daar een transparante verantwoordelijkheidsstructuur bij.

Hier zit voor ons de principiële kern. Wanneer wij van de politie verlangen: vertel het slachtoffer wat er met zijn informatie gebeurt, dan moeten we dat ook verlangen van een stichting. Wanneer wij van politie en OM verlangen: ga zorgvuldig om met uiterst gevoelige gegevens, dan moeten we dat ook verlangen van journalisten.

Wanneer wij tegen de politie zeggen: neem iemand serieus en reduceer diens verhaal niet tot een dossiernummer, dan mogen media slachtoffers evenmin reduceren tot indrukwekkende televisiecasussen. En andersom geldt hetzelfde.

Privacywetgeving mag geen argument worden waarmee overheidsorganisaties zich aan journalistieke controle kunnen onttrekken. De bescherming van slachtoffers mag evenmin worden gebruikt om iedere kritische vraag over bewijsvoering onmogelijk te maken. En de onschuldpresumptie mag nooit veranderen in een maatschappelijke veronderstelling dat een slachtoffer dus wel zal liegen. Rechten zijn wederkerig.

Daarnaast bestaat het gevaar van secundaire victimisatie. Wanneer iemand seksueel geweld heeft meegemaakt en vervolgens bij instanties het gevoel krijgt niet te worden geloofd, kan de institutionele ervaring opnieuw beschadigend zijn.

Maar secundaire victimisatie kan óók ontstaan wanneer iemand zijn verhaal aan een maatschappelijke organisatie of journalist vertelt en vervolgens niet begrijpt waar het terechtkomt, wie het leest of hoe het wordt gebruikt. Een goed doel heiligt daarom niet automatisch ieder middel. Hoe kwetsbaarder de doelgroep, hoe hoger de zorgvuldigheidsnorm behoort te liggen.

Niet “geloof slachtoffers” versus “geloof de politie”

De maatschappelijke discussie wordt te gemakkelijk gereduceerd tot twee kampen. Het ene zegt: geloof slachtoffers. Het andere: zonder bewijs geen zaak. Beide slogans zijn onvoldoende voor een volwassen rechtsstaat.

Een slachtoffer verdient dat zijn of haar verhaal serieus wordt genomen, zorgvuldig wordt geregistreerd en waar aangewezen wordt onderzocht. Een verdachte verdient dat schuld niet wordt aangenomen voordat daarvoor voldoende bewijs bestaat. Een politiefunctionaris verdient dat kritiek op zijn handelen feitelijk wordt onderzocht voordat institutioneel falen wordt vastgesteld. En de samenleving verdient journalistiek dat kritisch is tegenover al deze partijen — inclusief zichzelf.

Daarom zou de belangrijkste vraag achter deze Facebookoproep niet moeten zijn: “Faalt de politie bij slachtoffers van seksueel geweld?” Die formulering bevat de conclusie al.

Een betere onderzoeksvraag luidt: in hoeverre worden slachtoffers van seksueel geweld in Nederland in de praktijk daadwerkelijk in staat gesteld aangifte te doen, hoe worden zij daarbij geïnformeerd en bejegend, en wat verklaart het verschil tussen hun ervaringen en de formele rechten en procedures?

Daar hoort onmiddellijk een tweede vraag naast: hoe verzamelen, delen, beveiligen en gebruiken maatschappelijke organisaties en journalistieke media de uiterst gevoelige persoonsgegevens van slachtoffers die zich naar aanleiding van dergelijke onderzoeksoproepen melden?

Pas wanneer beide vragen worden gesteld, ontstaat werkelijk onafhankelijk onderzoek.

Van emotie naar controleerbare werkelijkheid

De Facebookreacties zijn indrukwekkend. Maar hun grootste maatschappelijke waarde ontstaat niet wanneer we ze massaal delen. Die ontstaat wanneer we ze zorgvuldig onderzoeken.

Welke aangiften zijn daadwerkelijk geweigerd? Welke waren meldingen? Welke zaken zijn geseponeerd? Waarom? Welke politie-eenheden waren betrokken? Zijn dezelfde patronen over meerdere jaren zichtbaar? Wat staat in de processen-verbaal? Welke formele klachten zijn ingediend? Welke sepotgronden zijn gebruikt?

En aan de andere kant: welke gegevens heeft Project Speak Now ontvangen? Welke zijn aan Zembla verstrekt? Hoe worden die beveiligd? Wie heeft toegang? Hoe lang worden ze bewaard? Hoe worden slachtoffers vóór herkenbare publicatie beschermd?

Dat zijn ongemakkelijke vragen. Juist daarom moeten ze worden gesteld.

Het werkelijke probleem dat onder deze Facebookpost zichtbaar wordt, gaat uiteindelijk niet alleen over seksueel geweld. Het gaat over vertrouwen.

Een burger moet erop kunnen vertrouwen dat de politie een mogelijk strafbaar feit serieus neemt. Een verdachte moet erop kunnen vertrouwen dat beschuldiging niet automatisch veroordeling betekent. Een slachtoffer moet erop kunnen vertrouwen dat zijn of haar kwetsbaarste gegevens zorgvuldig worden behandeld. Een journalist moet vrij genoeg zijn om institutioneel falen te onderzoeken. En de samenleving moet erop kunnen vertrouwen dat die journalist niet vooraf bepaalt welke conclusie het onderzoek moet opleveren.

Daarom moeten we deze verhalen niet gebruiken om onmiddellijk schuldigen aan te wijzen. Maar we mogen ze evenmin wegzetten als anekdotes.

Onderzoek ze. Controleer dossiers. Vergelijk procedures. Hoor slachtoffers. Hoor politie en Openbaar Ministerie. Bescherm persoonsgegevens. Bescherm bronnen. Controleer beschuldigingen. En publiceer uiteindelijk óók wat niet in het aanvankelijke beeld past.

Want echte wederkerigheid betekent niet dat iedereen gelijk heeft. Het betekent dat iedereen aan dezelfde norm van zorgvuldigheid, proportionaliteit en controleerbaarheid wordt gehouden. Slachtoffer, politie, justitie, stichting én journalistiek.

Juist bij een onderwerp dat zo diep ingrijpt in mensenlevens, mogen we met minder geen genoegen nemen.

Peiling: aangifte, vertrouwen en wederkerigheid

Deze zes vragen peilen hoe lezers kijken naar zorgvuldigheid, rechtsbescherming en publieke verantwoording. Deelname is vrijwillig. De artikelcode slaat zelf niets op; opslag en resultaten verlopen uitsluitend via de bestaande DeKvsW Survey Profile Consent-module. Er worden geen namen, dossierdetails of bijzondere persoonsgegevens gevraagd.

Log in om je enquêtekeuzes te beheren

Je kunt je keuzes alleen in je eigen profiel bewaren wanneer je bent ingelogd. Registreren kan hieronder als je nog geen account hebt.

Je keuzes blijven van jou. Delen met andere partijen gebeurt alleen wanneer jij daar expliciet toestemming voor geeft.

Inloggen

Wachtwoord vergeten?

Registreren

Maak een account aan om je enquêtekeuzes op te slaan, later te bekijken en toestemming te beheren.

Nieuw account registreren

Enquêtevraag: Hoeveel vertrouwen heeft u erin dat iemand die melding of aangifte doet van seksueel geweld serieus en zorgvuldig wordt behandeld?

Enquêtevraag: In hoeverre bent u het eens met de stelling: iemand kan serieus en respectvol worden behandeld, ook wanneer uiteindelijk onvoldoende bewijs bestaat voor strafrechtelijke vervolging.

Enquêtevraag: Wat vindt u het belangrijkste wanneer politie en OM een melding of aangifte van seksueel geweld behandelen?

Enquêtevraag: In hoeverre bent u het eens met de stelling: goede bescherming van slachtoffers en bescherming van de rechtspositie van verdachten kunnen en moeten tegelijkertijd bestaan.

Enquêtevraag: Hoe zorgvuldig moeten maatschappelijke organisaties, media en anderen omgaan met persoonlijke ervaringen die via sociale media over seksueel geweld worden gedeeld?

Enquêtevraag: Welke structurele verbetering verdient volgens u de hoogste prioriteit?

Na uw keuze: de Survey Profile Consent-module bepaalt of een keuze na toestemming wordt opgeslagen en of resultaten voor aangemelde gebruikers zichtbaar zijn. U kunt de pagina ook zonder deelname blijven lezen.

Bronnen en referenties

De bronnen zijn gegroepeerd rond wetenschap, journalistiek/media en juridische of institutionele informatie. De sociale-mediareacties worden alleen als geanonimiseerd ervaringssignaal behandeld.

  1. Ceelen e.a. — Characteristics and Post-Decision Attitudes of Non-Reporting Sexual Violence Victims
    https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/27402581/
    Relevantie: Onderzoekt waarom slachtoffers niet rapporteren en welke factoren achteraf relevant zijn.
  2. Stokbæk, Kristensen & Astrup — Police reporting in cases of sexual assault – a 10-year study
    https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/34272659/
    Relevantie: Vergelijkt gemelde, later gemelde en niet-gemelde zaken en toont de complexiteit van aangiftegedrag.
  3. Gekoski, Horvath & Davies — Police officers’ perspectives on the secondary victimisation of rape and serious sexual assault victims
    https://www.tandfonline.com/doi/abs/10.1080/1068316X.2025.2611338
    Relevantie: Relevant voor de vraag hoe institutionele bejegening als aanvullend belastend kan worden ervaren.
  4. Stichting Project Speak Now / sociale-media-oproep — Oproep naar ervaringen met aangifte na seksueel misbruik en seksueel geweld
    https://www.facebook.com/
    Relevantie: Primair ervaringsmateriaal dat aanleiding gaf tot het opiniestuk; individuele reageerders worden niet herpubliceerd of geïdentificeerd.
  5. European Data Protection Board — Data protection basics
    https://www.edpb.europa.eu/sme/learn-the-basics/data-protection-basics_en
    Relevantie: Legt uit welke persoonsgegevens bijzondere bescherming verdienen en welke basisbeginselen gelden.

Laat een reactie achter

Uw reactie is welkom. Houd uw bijdrage inhoudelijk, respectvol en relevant voor het onderwerp.
Door een reactie te plaatsen gaat u ermee akkoord dat uw naam, reactie en eventuele website zichtbaar kunnen worden bij dit bericht. Reacties kunnen worden gemodereerd volgens onze richtlijnen.

Scroll naar boven