De Wetenschap als Dader: Hoe Systeemdenken Zonder Empathie Schade Berokkent.

Een ervaring uit het verleden van de auteur.

11 oktober 2024

De menselijke geest is complex. Gedachten komen en gaan, vaak zonder dat er diepere emoties of handelingen uit voortvloeien. Toch kunnen bepaalde gedachten zo beladen zijn dat ze buitengewoon ongemakkelijk worden voor zowel de persoon die ze ervaart als voor de omgeving. Wanneer iemand besluit hulp te zoeken voor de gedachten die hen kwellen, zou dat een daad van zelfzorg en verantwoordelijkheid moeten zijn. Maar wat gebeurt er wanneer die zoektocht naar hulp niet leidt tot begrip, maar tot een systeem dat oordeelt zonder empathie?

Dit is precies wat mij overkwam. Ik zocht hulp om mijn gedachten op een rijtje te krijgen, om te begrijpen wat er in mijn hoofd speelde, en om ervoor te zorgen dat mijn gedachten niet zouden leiden tot handelingen. In plaats van ondersteuning, werd ik echter geconfronteerd met een systeem dat geen ruimte had voor nuance. De hulp die ik zocht, werd omgevormd tot een stempel, een label dat mijn leven en relaties zou definiëren. Mijn verantwoordelijkheid werd verdraaid tot een risico-inschatting, zonder dat ik ooit grensoverschrijdend had gehandeld.

Het Systeem en de Gevolgen voor Kinderen.

Wat mijn situatie nog schrijnender maakt, is de impact die dit heeft gehad op mijn kind. Vijf jaar lang heeft zij haar vader niet normaal mogen zien en werd er geen enkel perspectief geboden. Niet omdat er sprake was van fysiek geweld of misbruik, maar vanwege een theoretisch risico dat het systeem had geconstrueerd rondom mijn gedachten. Dit risico werd belangrijker geacht dan de werkelijke emotionele schade die mijn kind opliep door de afwezigheid van haar vader.

De wetenschappers Strauss en Wolf schreven in 1980 dat kinderen leren macht en controle te behouden door te geloven dat het slachtoffer het “verdiend” heeft. In mijn geval werd mijn kind blootgesteld aan een situatie waarin zij moest leren dat de waarheid buigbaar is en dat macht belangrijker is dan empathie. Ze zag hoe het systeem haar vader uitsloot op basis van een abstract risico, terwijl de werkelijke manipulatie en emotionele schade – zoals de gaslighting die ik onderging van mijn partner – door datzelfde systeem werd genegeerd.

Straus en zijn collega’s (1980) benadrukten dat kinderen die opgroeien in gewelddadige gezinnen belangrijke lessen leren over conflictbemiddeling en machtsdynamieken. Deze kinderen leren dat geweld – fysiek of psychisch – een acceptabele en effectieve manier is om conflicten in intieme relaties op te lossen en macht en controle over anderen te behouden. Dit gebeurt niet alleen direct, maar ook via de rationalisaties die daders gebruiken om hun gewelddadige gedrag te rechtvaardigen, zoals stress of te veel problemen. Wat nog gevaarlijker is, is dat kinderen de boodschap meekrijgen dat slachtoffers het geweld op de een of andere manier over zichzelf afroepen, door hun gedrag of omdat zij als minder waardevol worden gezien in de ogen van de dader.

Deze lessen blijven niet beperkt tot het gezin. Kinderen vertonen deze aangeleerde houdingen vaak in hun gedrag tegenover leeftijdsgenoten, zoals door vechtpartijen op het schoolplein, of door vijandigheid richting autoriteitsfiguren. De subtielere effecten zijn echter te zien in hun houding ten opzichte van geweld en hun onvermogen om daders – ongeacht hun geslacht – verantwoordelijk te houden voor hun gedrag. Kinderen leren vaak niet hoe slachtoffers gevangen kunnen raken in financiële, sociale of psychologische beperkingen, wat de cyclus van geweld in stand houdt.

In sommige gevallen geven kinderen, het slachtoffer de schuld van het geweld. Dit schuldmodel, waarbij het slachtoffer verantwoordelijk wordt gehouden voor het gedrag van de dader, kan het begin vormen van een patroon dat in de toekomst leidt tot hun eigen slachtofferschap in intieme relaties. Deze internalisatie van de schuld van het slachtoffer maakt het moeilijk voor kinderen om gezonde, gelijkwaardige relaties op te bouwen, omdat de lessen die ze thuis leren hen vaak blijven achtervolgen in hun volwassen leven. Het gaat hierbij niet om de specifieke rollen van mannen en vrouwen, maar om de destructieve dynamiek tussen dader en slachtoffer die de kern vormt van gewelddadige relaties, zowel fysiek als psychologisch.

Gaslighting is een subtiele maar destructieve vorm van psychologische mishandeling die slachtoffers achterlaat in verwarring en wanhoop. Wanneer deze vorm van manipulatie plaatsvindt in het bijzijn van een kind, is dat kind vaak het grootste slachtoffer. Het leert macht en controle te begrijpen door de dynamiek van zijn ouders te observeren, en dit kan leiden tot een verwrongen beeld van relaties en macht. Mijn kind werd geconfronteerd met deze dynamiek, maar het systeem dat haar had moeten beschermen, zag de werkelijke schade niet.

De Wetenschap als Vorm van Machtsuitoefening.

Wat hier zo pijnlijk duidelijk wordt, is dat de wetenschap en de systemen die haar deden ondersteunen dezelfde destructieve patronen vertonden als daders van huiselijk geweld zelf. Het systeem, dat beweert objectief te zijn en te handelen in naam van de veiligheid, toont in feite dezelfde neigingen tot macht en controle. Het houdt mensen vast door hen te labelen, zonder ruimte te laten voor de emotionele en psychologische complexiteit van de situatie.

In mijn zoektocht naar hulp werd ik niet gezien als een verantwoordelijke ouder die zichzelf wilde verbeteren, maar als een risico dat beheerst moest worden. De nuance en de context van mijn situatie werden genegeerd. Het systeem handelde niet uit empathie, maar uit angst en controle, net zoals een dader in een gewelddadige relatie dat doet.

Het Systeem Faalt Kinderen.

Kinderen zoals mijn dochter groeien op in een wereld waarin zij leren dat systemen macht belangrijker achten dan empathie. Ze leren dat een ouder uitgesloten kan worden op basis van een abstracte inschatting, zonder dat er rekening wordt gehouden met de emotionele realiteit van het kind zelf. Dit systeem, dat claimt kinderen te beschermen, creëert in werkelijkheid een omgeving waarin verwarring en wantrouwen centraal staan.

Het probleem is niet alleen dat het systeem de emotionele schade die kinderen ondergaan negeert, maar ook dat het een verstoord beeld geeft van wat veiligheid werkelijk betekent. De wetenschappelijke en juridische instellingen die betrokken waren bij mijn situatie maakten risico-inschattingen zonder te kijken naar de bredere context van wat er daadwerkelijk gebeurde. Ze beschouwden mijn gedachten als gevaarlijker dan de subtiele, maar diepgaande psychologische manipulatie die ik en mijn kind ondergingen.

De Oproep Tot Verandering.

Dit is geen pleidooi om risico’s te bagatelliseren, maar een oproep tot meer begrip voor de complexiteit van gedachten, gevoelens en hun impact op het gezin. Het labelen en uitsluiten van ouders op basis van gedachten, zonder rekening te houden met gedrag of context, veroorzaakt onherstelbare schade, niet alleen aan de ouder, maar ook aan het kind.

We moeten erkennen dat het systeem dat beweert kinderen te beschermen, vaak faalt in zijn taak om de werkelijke emotionele realiteit te zien waarin deze kinderen leven. Het veronachtzamen van de lange-termijngevolgen van psychologische manipulatie, en het blind vertrouwen op abstracte risico-inschattingen, leidt tot situaties waarin kinderen juist meer schade oplopen.

Het is tijd om het systeem te heroverwegen. Echte veiligheid komt niet voort uit het simpelweg beoordelen van gedachten en gevoelens, maar door daadwerkelijk te luisteren en in te grijpen wanneer de werkelijke schade plaatsvindt – zowel fysiek als emotioneel. Kinderen verdienen het om op te groeien in een wereld waarin hun welzijn voorop staat, en dat kan alleen als we bereid zijn de nuances van menselijk gedrag te begrijpen.

Laten we beginnen met de erkenning dat empathie en begrip cruciale instrumenten zijn in het creëren van een veiliger wereld voor onze kinderen.

Reacties:

Ben jij ooit door een instelling uitgesloten van contact met je kind(eren) op basis van een theoretisch risico, zonder dat er sprake was van feitelijk grensoverschrijdend gedrag?

Denk jij dat het verstandig is om mensen preventief te labelen op basis van gedachten, ook als er geen bewijs is van grensoverschrijdend gedrag?

Hoe denk jij dat instellingen beter om kunnen gaan met het verschil tussen gedachten en daden, vooral als het gaat om het waarborgen van veiligheid?

Vind jij dat er voldoende ruimte is voor nuance en empathie in de manier waarop systemen omgaan met mensen die hulp zoeken voor hun gedachten of gevoelens? Waarom wel of niet?

Deel je ervaringen hieronder.

1 gedachte over “De Wetenschap als Dader: Hoe Systeemdenken Zonder Empathie Schade Berokkent.”

  1. In onze maatschappij lijkt het alsof er bepaalde grenzen zijn waar empathie niet mag bestaan. Vooral als het gaat om gedachten en gevoelens die te maken hebben met seksueel grensoverschrijdend gedrag, zelfs als het alleen gedachten betreft. Mensen willen die gevoelens niet erkennen – niet bij zichzelf, en zeker niet bij een ander. En juist daarom wordt een vader, die worstelt met zijn gedachten maar de moed heeft om hulp te zoeken, automatisch veroordeeld. Hij wordt beschuldigd van het bezitten van die gedachten en gevoelens, simpelweg omdat anderen die gedachten niet bij zichzelf willen oproepen. Want empathie tonen voor iemand met zulke gedachten zou betekenen dat men moet toegeven dat iedereen, in theorie, in staat is om deze gedachten te hebben. En dat is een ongemakkelijke waarheid die velen niet willen erkennen.

    In mijn zoektocht naar hulp werd ik geconfronteerd met dit fundamentele menselijke gebrek. Er is een anti-empathie tegenover seksueel grensoverschrijdend gedrag in elke vorm, zelfs als het alleen om gedachten gaat. De samenleving, en de systemen die haar ondersteunen, weigeren om empathie te tonen. In plaats daarvan kiezen ze ervoor om een label te plakken op degene die verantwoordelijkheid neemt voor zijn gedachten, alsof het bezit van die gedachten op zich al een misdaad is.

    Het systeem wil niet begrijpen dat gedachten en gevoelens niet hetzelfde zijn als handelen. Het wil niet zien dat het erkennen van gedachten juist een manier is om verantwoordelijkheid te nemen en grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. In plaats daarvan wordt de focus gelegd op de veroordeling van de gedachte zelf, alsof het erkennen van een gedachte betekent dat je die gedachte verdient. Deze dynamiek weerspiegelt het idee dat het slachtoffer – in dit geval de ouder die hulp zoekt – het verdient om gedevalueerd te worden, zoals Strauss en Wolf al schreven. Dit komt omdat de maatschappij weigert om empathie te tonen voor iemand die iets durft te erkennen wat zij zelf niet willen onderkennen.

    De wetenschap draagt hier actief aan bij. Door iemand te labelen vanwege gedachten die hij openlijk erkent, zonder te handelen naar die gedachten, zet de wetenschap zichzelf op een voetstuk. Het systeem lijkt te zeggen: “Jij hebt deze gedachten, dus jij bent gevaarlijk.” Maar de werkelijkheid is veel complexer. Door hulp te zoeken en zijn gedachten te erkennen, laat de vader juist zien dat hij verantwoordelijkheid neemt. Hij is niet het gevaar, maar de oplossing – zolang hij de ruimte krijgt om zijn gedachten te verwerken met empathie en begrip, in plaats van met afwijzing.

    En hier ligt de kern van het probleem: empatie tonen voor iemand met moeilijke gedachten betekent erkennen dat die gedachten ook in jezelf kunnen bestaan. En dat is precies wat de maatschappij niet wil. Dus in plaats van empathie te tonen, kiest het systeem voor veroordeling en uitsluiting. Hierdoor ontstaat er een barrière, niet alleen voor de persoon die hulp zoekt, maar ook voor de samenleving zelf, die weigert te begrijpen dat we allemaal mensen zijn met gedachten, gevoelens en mogelijkheden om te leren en te groeien.

    De kinderen die dit van dichtbij meemaken, zoals mijn eigen kind, worden geconfronteerd met een wereld waarin empathie wordt uitgeschakeld als het gaat om bepaalde gedachten. Ze leren dat sommige gedachten zo gevaarlijk zijn dat ze moeten leiden tot uitsluiting, zonder enige vorm van begrip. Ze groeien op met het idee dat empathie beperkt is tot bepaalde domeinen van het leven, en dat er voor andere gebieden, zoals seksueel grensoverschrijdend gedrag, geen ruimte is voor menselijke betrokkenheid of begrip.

    Het systeem dat beweert de kinderen te beschermen, werkt in feite tegen hen. Het demonstreert dat gedachten en gevoelens, zelfs als ze nooit zijn omgezet in handelingen, leiden tot sociale en juridische uitsluiting. Dit geeft kinderen een verstoord beeld van wat het betekent om verantwoordelijkheid te nemen voor hun eigen innerlijke wereld. In plaats van te leren hoe ze met hun gedachten en gevoelens om kunnen gaan, leren ze dat het hebben van bepaalde gedachten leidt tot veroordeling en dat het beter is om niets te zeggen.

    De wetenschap, en het systeem dat ze ondersteunt, tonen in dit opzicht dezelfde neigingen als de dader van huiselijk geweld. Ze behouden macht door te devalueren en te labelen, terwijl ze weigeren om empathie te tonen. Deze anti-empathie, dit gebrek aan menselijke betrokkenheid, heeft niet alleen een verwoestend effect op de ouder die hulp zoekt, maar ook op het kind dat leert dat empathie niet voor iedereen is weggelegd.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven