als reactie op het artikel van Jim van Os op psychosenet: https://www.psychosenet.nl/hoe-organiseer-je-eigenlijk-een-ggz-die-werkt/
Namens Stichting De Kamer van Sociale Waarden geven wij als antwoord op de vraag:
Hoe organiseer je eigenlijk een GGZ die werkt?
1. Kern: van ziektebenadering naar relationeel ecosysteem
Een GGZ die werkelijk werkt, is geen “zorgfabriek” rond diagnoses en minutenregistratie, maar een relationeel en maatschappelijk ingebed ecosysteem.
Uitgangspunten daarbij zijn:
- Psychisch lijden is relationeel en contextueel
Het is verweven met relaties, bestaanszekerheid, woonplek, werk, zingeving en gemeenschap. Wie dat negeert en alles terugbrengt tot een individuele “stoornis”, organiseert per definitie suboptimale hulp. - De mens blijft eigenaar van zijn leven
Niet de DSM-code, niet het protocol, maar het levensverhaal, de waarden en de doelen van de betrokkene zijn leidend. - Gemeenschap en social holding zijn geen ‘extra’s’, maar basisvoorwaarden
Zonder veilige relaties, dagelijkse structuur en plekken om “gewoon mens te zijn”, blijft zorg versnipperd en weinig duurzaam effectief.
Een werkende GGZ moet dus relaties, betekenis en holding centraal organiseren – en daarna pas interventies, richtlijnen en protocollen.
2. Drie organisatieprincipes voor een werkende GGZ
2.1 Relationele nabijheid als startpunt
Eerste hulp bij psychisch lijden is geen diagnose, maar contact:
- iemand die blijft, ook als het ingewikkeld wordt;
- luisteren vóór labelen;
- erkenning vóór advies;
- veiligheid vóór therapie.
Organisatorisch betekent dit:
- Laagdrempelige, fysieke en digitale plekken in de wijk waar mensen zonder verwijzing terecht kunnen voor gesprek, steun, ontmoeting en oriëntatie;
- continuïteit van relaties: zo min mogelijk “draaideur-hulpverleners”, maar een herkenbaar, stabiel team;
- werken met een beperkt aantal basale vragen, bijvoorbeeld:
Deze vragen vormen een relationeel startpunt, in plaats van direct een stoornis in te vullen.
2.2 Keuzevrijheid en betekenisvolle experimenten
In plaats van uitsluitend “behandelingen volgens richtlijn” centraal te zetten, moet de GGZ ruimte bieden voor betekenisvolle experimenten:
- wat voor de één werkt, is een hond of sport;
- voor een ander: muziek, vrijwilligerswerk, herstelacademie of lotgenotengroep;
- soms medicatie of een specifieke therapievorm – maar dan als onderdeel van het geheel, niet als enig antwoord.
Organisatorische consequenties:
- Maatwerkportfolio’s in plaats van standaard pakketten: een mix van formele zorg, informele steun en eigen regie.
- Flexibele inzet van interventies: kort waar het kan, lang waar het moet, en altijd met de vraag: “Klopt dit nog bij jouw leven en verhaal?”
- Ruimte voor trial-and-error: experimenteren, evalueren, bijstellen – zonder dat alles onmiddellijk in starre productiecategorieën moet worden geperst.
2.3 Groepsgericht als norm, individueel waar nodig
Veel van wat nu individueel achter een gesloten kamerdeur gebeurt, kan menselijker en effectiever in groepen:
- herstel- en themagroepen;
- wandel-, kook- of creatieve groepen;
- ademsessies of lichaamsgerichte groepen;
- digitale lotgenotengroepen.
Voordelen:
- herkenning (“ik ben niet de enige”);
- humor en relativering;
- oefenen met contact en grenzen;
- efficiënter gebruik van schaarse professionals.
Organisatorisch:
- Groepsaanbod wordt de standaard, individuele trajecten zijn aanvullend voor specifieke vraagstukken;
- ervaringsdeskundigen en groepsleden kunnen (mede) begeleiden; de professional wordt facilitator in plaats van “behandelaar op afstand”;
- vrije in- en uitstroom: mensen mogen instappen, pauzeren en terugkomen, zonder dat dat als “falen” wordt gezien.
3. Social holding: de dragende laag onder de GGZ
Zonder dragende sociale omgeving werkt geen enkel behandelsysteem goed. Daarom is het noodzakelijk om expliciet te organiseren:
- Herstelacademies en ontmoetingscentra
Plekken om te leren, oefenen, structureren, betekenis te vinden. Niet alleen zorglocaties, maar leer- en leefomgevingen. - Werkplaatsen en participatieplekken
Dagbesteding, vrijwillige inzet, sociale ondernemingen: een spectrum aan mogelijkheden om weer mee te doen. - Buurthuizen en wijkinitiatieven
Waar ontmoeting vanzelf ontstaat en niet alles een “zorg-indicatie” hoeft te hebben. - Digitale communities en e-communities
Voor mensen die minder mobiel zijn of drempels ervaren om fysiek te komen, maar wel contact en herkenning nodig hebben.
Financieel en organisatorisch vraagt dit:
- structurele, meerjarige financiering (niet uitsluitend projectsubsidies);
- samenwerking tussen gemeenten (Wmo / sociaal domein), zorgverzekeraars (Zvw) en lokale initiatieven;
- erkenning dat deze laag géén luxe is, maar onderdeel van de kerninfrastructuur van mentale gezondheid.
4. De rol van specialisten in een nieuw model
Psychiaters, psychologen en andere specialisten blijven essentieel, maar met een andere systeemrol:
- Van poortwachter naar scharnier
Niet langer de bewaker van toegang tot schaarse zorg, maar de deskundige die zich in verschillende contexten kan aansluiten (herstelacademie, buurthuis, huisarts, resourcegroep). - Van beoordelaar naar mede-onderzoeker
Diagnostiek en indicatiestelling blijven mogelijk, maar als gedeeld onderzoek: wat is er aan de hand, wat helpt, hoe passen kennis en levensverhaal bij elkaar? - Van solist naar netwerkspeler
Structurele samenwerking met ervaringsdeskundigen, maatschappelijk werk, huisartsen, werkgevers, scholen en familie. De specialist is één stem in het geheel, niet de absolute regisseur.
Organisatie-technisch betekent dit onder meer:
- multidisciplinaire, wijkgerichte teams met directe lijnen naar huisartsen en sociaal domein;
- tijd en middelen voor consultatieve werkzaamheden in plaats van louter productie-gebonden behandeluren;
- erkenning van ervaringsdeskundigheid als volwaardige pijler in teams en besluitvorming.
5. Governance, financiering en verantwoording
Een GGZ die werkt kan niet worden gebouwd op uitsluitend productielogica en korte contracten. Nodig zijn:
5.1 Financiering
- Meerjarige, integrale afspraken op regionaal niveau tussen gemeenten, zorgverzekeraars en aanbieders;
- ruimte voor populatiegebonden bekostiging en experimenteerruimte, zodat relationele en groepsgerichte vormen niet afsteken tegen “uurtje-factuurtje”-zorg;
- samenhang tussen financiering van zorg, wonen, werk en participatie, omdat deze domeinen in de praktijk niet van elkaar zijn te scheiden.
5.2 Verantwoording
- minder nadruk op aantal sessies, meer op:
- ervaren kwaliteit van leven;
- mate van participatie;
- versterking van netwerk en regie;
- vermindering van crisisopnames en dwang.
- kwalitatieve verhalen en ervaringsgegevens als volwaardig onderdeel van evaluatie, naast cijfers.
5.3 Juridische en ethische waarborgen
- respect voor autonomie, informed consent en privacy;
- transparante klachten- en bezwaarprocedures;
- speciale aandacht voor de positie van naasten: zij zijn vaak deel van de oplossing, maar mogen niet het hele systeem hoeven dragen.
6. Concreet: wat is er morgen al te doen?
Om de beweging naar een werkende GGZ in te zetten, zijn op korte termijn realistisch:
- In elke regio één of meer laagdrempelige ‘voorportalen’
Zonder verwijzing toegankelijk, bemenst door combinatie van professional, ervaringsdeskundige en vrijwilliger. - Herstelacademies structureel verankeren
Niet als project, maar als vaste infrastructuur, regionaal ingebed, met bestuurlijke rugdekking. - Groep als standaard-aanbod
Iedere GGZ-aanbieder maakt inzichtelijk:- welke groepsvormen er zijn;
- hoe instroom en uitstroom werken;
- hoe ervaringsdeskundigen worden ingezet.
- Specialisten zichtbaar in de leefwereld
Stimuleren en faciliteren dat psychiaters, psychologen en verpleegkundig specialisten tijd en mandaat krijgen om in wijkteams, buurthuizen en herstelinitiatieven aanwezig te zijn. - Structurele betrokkenheid van naasten en ervaringsdeskundigen
In:- individuele trajecten (resourcegroepen / familiegesprekken);
- teamoverleggen;
- beleids- en kwaliteitsontwikkeling op instellings- en regionaal niveau.
7. Slot: naar een GGZ van relaties en hoop
Namens Stichting De Kamer van Sociale Waarden stellen wij dat een GGZ die werkelijk werkt:
- niet begint met de vraag “wat is er mis met u?”, maar met “wat is er met u gebeurd – en wie zijn er bij u?”;
- niet draait om het afvinken van protocollen, maar om het bouwen en onderhouden van dragende relaties;
- niet is opgebouwd uit eilanden, maar uit een verbonden ecosysteem van zorg, gemeenschap en bestaanszekerheid.
Het is tijd om de organisatie van de GGZ daadwerkelijk rond sociale waarden te bouwen: menselijke waardigheid, verbinding, solidariteit en rechtvaardigheid.
Alleen dan ontstaat een stelsel waarin niet de stoornis, maar de mens en zijn omgeving centraal staan – en waarin psychisch lijden niet wordt geïsoleerd, maar gedragen in een netwerk van relaties en hoop.
📚 Bronnen en Referenties
Wetenschappelijke bronnen
- Van Os, J. – “De DSM-5 voorbij”
https://www.psychosenet.nl
Belangrijk voor de kritiek op stoornisdenken en relationele benadering. - Slade, M. – “Personal Recovery and Mental Illness”
https://doi.org/10.1017/CBO9780511994841
Beschrijft herstelgericht werken als alternatief voor traditionele behandeling. - Anthony, W.A. – “Recovery from Mental Illness”
https://psycnet.apa.org
Fundamenteel werk over sociaal ingebed herstel. - Topor, A. – “Social Relationships and Recovery”
https://doi.org/10.1007/s10488-006-0099-4
Onderbouwt de cruciale rol van sociale netwerken bij herstel. - Seikkula, J. – “Open Dialogue Approach”
https://opendialogueapproach.co.uk
Laat zien hoe relationele nabijheid crisiszorg transformeert.
Media-bronnen
- PsychoseNet – GEM en herstel
https://psychosenet.nl
Toegankelijke uitleg over relationele GGZ, GEM en Nieuwe GGZ. - De Nieuwe GGZ – Publieke artikelen
https://denieuweggz.nl
Beschrijft het bredere ecosysteem rond mentale gezondheid. - Zorgvisie – Innovaties in GGZ
https://www.zorgvisie.nl
Journalistieke duiding van nieuwe zorgmodellen. - NRC – Analyse wachtlijsten en systeemdruk
https://www.nrc.nl
Relevante context over knelpunten in huidige GGZ. - Trouw – Armoede, context en psychisch lijden
https://www.trouw.nl
Artikelreeks over maatschappelijke factoren in psychisch lijden.
Juridische bronnen
- Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz)
https://wetten.overheid.nl/BWBR0040632
Relevant voor de positie van betrokkene, familie en netwerk. - Wet kwaliteit, klachten en geschillen zorg (Wkkgz)
https://wetten.overheid.nl/BWBR0037173
Bepaalt kwaliteitseisen en verantwoordelijkheden binnen zorgorganisaties. - Zorgverzekeringswet (Zvw)
https://wetten.overheid.nl/BWBR0018450
Regelt de financiering van curatieve GGZ. - Sociaal Domein – Wmo 2015
https://wetten.overheid.nl/BWBR0035362
Fundamenteel voor maatschappelijke ondersteuning en participatie. - Handreiking ‘Familie & Naasten in de GGZ’ (Rijksoverheid)
https://www.rijksoverheid.nl
Belangrijk vanwege relationele zorg en betrokkenheid van naasten.







