Johan Rudolf Thorbecke, de architect van onze parlementaire democratie, wordt vaak geroemd om zijn vooruitstrevendheid. Zijn grondwetsherziening van 1848 markeerde een historische stap richting modern bestuur: de koning werd onschendbaar, en ministers droegen voortaan verantwoordelijkheid. Maar in die triomf schuilt een erfenis die vandaag de dag wringt: de schijn van grondrechten.
De Grondwet, het fundament van onze democratie, zou de hoogste norm moeten zijn. Maar dankzij artikel 120, dat rechterlijke toetsing aan de Grondwet uitsluit, is diezelfde Grondwet slechts een moreel kompas zonder juridisch gewicht. Thorbecke, in zijn tijd overtuigd van het primaat van de politiek, heeft ons een systeem nagelaten waarin beleidsmakers zichzelf controleren. De rechter, de onafhankelijke waakhond van de democratie, blijft aan de zijlijn staan wanneer wetten fundamentele rechten raken.

Artikel 120: Het Geblokkeerde Schild
Het recente rapport, “Niet boven maar in de wet” (beschikbaar op De Kamer van Sociale Waarden), stelt voor om artikel 120 te schrappen. Dit lijkt een radicale stap, maar het is niets meer dan een poging om inzicht te bieden aan de burger. Zelfs als artikel 120 zou verdwijnen, blijft een fundamenteel probleem bestaan: de proportionaliteit van wetten zal in Nederland nog steeds een politieke, en geen juridische, afweging blijven.
De suggestie dat het schrappen van artikel 120 zou leiden tot een effectievere Grondwet is slechts een doekje voor het bloeden. Zonder een mechanisme dat toetsing aan proportionaliteit mogelijk maakt, blijft de kernvraag onbeantwoord: wie beschermt de burger tegen de tirannie van de meerderheid? Zolang de proportionaliteit van wetten niet juridisch getoetst kan worden, blijft de Grondwet een papieren tijger.

De Schijn van Grondrechten
Thorbecke’s idee was dat de politiek het hoogste orgaan van besluitvorming is, en dat burgers via democratische vertegenwoordiging invloed zouden uitoefenen op wetgeving. Maar dit systeem faalt als de politieke meerderheid grondrechten ondergeschikt maakt aan beleidsdoelen. Denk aan recente wetten die ingrijpen op privacy, zoals de Sleepwet of avondklokmaatregelen. Waar was de Grondwet toen burgers bescherming zochten? Artikel 120 hield de rechter buiten spel, en de politiek rechtvaardigde zichzelf.

Proportionaliteit: De Vergeten Norm
In landen als Duitsland of de Verenigde Staten kunnen wetten worden getoetst op proportionaliteit. Rechters wegen daar zorgvuldig af of de impact van een wet op fundamentele rechten in verhouding staat tot het doel. Nederland daarentegen, met zijn blind vertrouwen in de wetgevende macht, ontneemt burgers deze bescherming. De Grondwet mag dan grondrechten garanderen, maar zonder juridische toetsing blijft het bij beloften zonder consequenties.

Wat Moet Veranderen?
Het schrappen van artikel 120 is een eerste stap, maar onvoldoende. Zonder een systeem dat proportionaliteit serieus neemt, blijft de rechtsstaat onvolledig. De vraag is niet alleen of wetten de Grondwet schenden, maar ook of wetten proportioneel zijn. Dat is geen politiek vraagstuk, maar een juridisch noodzakelijke afweging.
Een mogelijke oplossing is de oprichting van een Constitutioneel Hof, dat gespecialiseerd is in grondwettelijke toetsing en onafhankelijk kan beoordelen of wetten grondrechten respecteren. Daarnaast moet proportionaliteit een kernwaarde worden in de wetstoetsing, zowel door de rechter als door de wetgever zelf.

Conclusie
Thorbecke’s erfenis is er een van schijn. De Grondwet belooft rechten, maar biedt geen bescherming zolang artikel 120 rechterlijke toetsing uitsluit en proportionaliteit irrelevant blijft. Het rapport “Niet boven maar in de wet” legt deze pijnlijke paradox bloot, maar zonder verdere hervormingen blijft de burger in de kou staan.
De vraag die we ons moeten stellen is: willen we een Grondwet die regeert, of een die slechts inspireert?
Referenties
Hieronder vindt u de referenties die ten grondslag liggen aan het artikel “Thorbecke en de Schijn van Grondrechten: Een Erfenis van Onmacht”:
- Artikel 120 van de Nederlandse Grondwet: Dit artikel bepaalt dat de rechter niet mag oordelen over de grondwettigheid van wetten en verdragen, wat constitutionele toetsing door de rechter uitsluit.
- Grondwetsherziening van 1848: Onder leiding van Johan Rudolph Thorbecke werd de Nederlandse Grondwet herzien, wat leidde tot een parlementair stelsel en ministeriële verantwoordelijkheid.
- Rapport “Niet boven maar in de wet“: Een publicatie van De Kamer van Sociale Waarden die pleit voor het schrappen van artikel 120 van de Grondwet om de toetsing van wetten aan de Grondwet mogelijk te maken.
- Constitutionele toetsing in Nederland: Een overzicht van de huidige stand van zaken omtrent constitutionele toetsing en de rol van de rechter in Nederland.
- Discussie over artikel 120 Grondwet: Een artikel dat ingaat op de vraag of artikel 120 van de Grondwet moet worden aangepast om constitutionele toetsing mogelijk te maken.
- Thorbecke en de Grondwet van 1848: Een historische beschouwing over de rol van Thorbecke bij de totstandkoming van de Grondwet van 1848.
Deze bronnen bieden een diepgaand inzicht in de historische context en de huidige discussie rondom artikel 120 van de Grondwet en de rol van de rechter bij de toetsing van wetten aan de Grondwet in Nederland.
Meer:
Mr. Online : 18 december 2024 — Artikel 120 is een samenvoeging van twee oudere bepalingen. Eén uit Thorbeckes Grondwet van 1848: “de wetten zijn onschendbaar”, de ander uit 1953: “de rechter treedt niet in beoordeling van de grondw…
Nederlandse Grondwet : 21 november 2024 — Het huidige artikel 120 i van de Grondwet bepaalt dat de rechter niet mag beoordelen of wetten en verdragen in strijd zijn met de Grondwet. Nederland kent daarom, anders dan bijvoorbeeld in Duitsland,…
JSVU : 29 december 2023 — NSC is vóór het invoeren van een Constitutioneel Hof en het aanpassen van artikel 120 van de Grondwet. Maar, waarom hebben we dit artikel? Wat zijn de politieke standpunten hierover en waarom is dit n…
Nederlandse Grondwet : 30 mei 2023 — Artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter wetten niet mag toetsen aan de Grondwet. Het voornaamste argument voor het toetsingsverbod is dat toetsing van wetten aan de Grondwet een politiek ka…
Raad van State : 22 april 2022 — Artikel 120 Grondwet staat aan toetsing van formele wetten aan de Grondwet, het Statuut voor het Koninkrijk en algemene rechtsbeginselen in de weg. [1] In de Nederlandse rechtsorde is de toetsingsbevo…
Sumrin Law : 9 december 2021 — De reden dat artikel 120 Grondwet die toetsing van wetten aan de Grondwet verbiedt, is dat de wetgever ervoor moet zorgen dat grondrechten in Nederlandse wetten worden gerespecteerd. Het is dus de taa…
Nederlandse Grondwet : 11 september 2018 — Constitutionele toetsing door de rechter houdt in dat de rechter toetst (of mag toetsen) of wetten al dan niet in overeenstemming zijn met de Grondwet. Het huidige artikel 120 van de Grondwet bepaalt…
Risk World : 10 juni 2016 — Het huidige artikel 120 van de Grondwet bepaalt dat de rechter niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen treedt. In Nederland is het dus niet mogelijk voor rechters om wett…
Officiële bekendmakingen : 21 augustus 2014 — «Een nieuwe spreuk waarvoor ieder als voor een gesloten deur zal blijven staan» (Thorbecke). 1 Met deze beroemde uitspraak uitte Thorbecke in 1848 zijn bezwaren tegen de grondwettelijke zinsnede «De w…
Officiële bekendmakingen : 17 april 2002 — De huidige tekst van artikel 120 Grondwet wordt neergelegd in een eerste lid. Daarin blijft de hoofdregel vervat dat de rechter niet treedt in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdr…
Nederlandse Grondwet : De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen. 1. Aan dit Lichaam behoort, uitsluitender wijze: a. De Magt van Wetgeving, benevens het verklaren, verbeteren,…
Nederlandse Grondwet : Het bepaalen der sterkte, aanwerving, afdanking en bezoldiging der Armeën te Lande, van den aanbouw, het equipeeren der Schepen, en het afdanken der Equipagiën, alsmede het in dienst nemen en licentië…
Nederlandse Grondwet : Alle voorstellen van wet, door den Koning en de beide kamers der Staten-Generaal aangenomen, verkrijgen kracht van wet, en worden door den Koning afgekondigd. 1.
Wetten.nl : De Grondwet waarborgt de grondrechten en de democratische rechtsstaat. Hoofdstuk 1. Grondrechten. Allen die zich in Nederland bevinden, worden in gelijke gevallen gelijk behandeld. Discriminatie wegen…
Nederland Rechtsstaat : Artikel 120 Grondwet beperkt zich tot een specifieke relatie: de verhouding tussen de Grondwet enerzijds en de wet in formele zin en het verdrag anderzijds. In die relatie verbiedt artikel 120 dat de…
Toetsingsverbod : Vanwege het in Nederland opererende toetsingsverbod, wordt de rechtzoekende burger verplicht zich te beroepen buiten de Nederlandse wet. Vanuit rechtsperspectief van de burger en jurist is de positie…
Arno : Artikel 120 van de Grondwet verbiedt de rechter om de verenigbaarheid van wetten in formele zin met Grondwet te toetsen. 1 Dit verbod, ook wel het toetsingsverbod genoemd, is al sinds 1848 in de Grond…
Arno : Artikel 120 van de Nederlandse Grondwet bepaalt dat de rechter wetten in formele zin niet mag beoordelen op de verenigbaarheid met de Grondwet. 1 Dit artikel is afgeleid van de bepaling die in 1848 in…
Legal Tools : Artikel 120 De rechter treedt niet in de beoordeling van de grondwettigheid van wetten en verdragen. Artikel 120 van de Grondwet plus een overzicht van alle wijzigingen van dit wetsartikel met daarbij…
Voorwaarheid : Dit artikel verscheen in Gezond Verstand nr. 44 van 29 juni 2022. Het is de Nederlandse rechter niet toegestaan om wetten te toetsen aan de grondwet. Dat bepaalt artikel 120 van de grondwet. Dus als e…
Sociale Databank Nederland : In 1983 heeft het kabinet Lubbers I (CDA / VVD) de Nederlandse Grondwetherziening goedgekeurd met daarin opgenomen het zelfstandige artikel 120,








Artikel 120: Het Elimineren van de Grondwet uit de Rechtsgang
De Nederlandse Grondwet, ooit bedoeld als het fundament van onze democratie en rechtsstaat, heeft een opvallende paradox ingebouwd: artikel 120. Dit artikel, dat werd opgenomen in de Grondwetherziening van 1983 onder het kabinet Lubbers I (CDA/VVD), verhindert dat rechters wetten of verdragen toetsen aan de Grondwet. Dit besluit, ogenschijnlijk ingegeven door een diep respect voor de scheiding der machten, heeft verstrekkende gevolgen gehad die de grenzen van Nederland overschrijden.
De Nationale Impact: Een Grondwet zonder Tanden
Met de invoering van artikel 120 werd de Nederlandse Grondwet effectief buitenspel gezet in de rechtsgang. Hoewel deze grondwet nog steeds een gids is voor wetgevende macht en bestuur, mist zij een cruciaal instrument: juridische afdwingbaarheid. Burgers kunnen geen beroep doen op de rechter om hun rechten te beschermen als een wet die rechten zou schenden. Dit maakt de Grondwet eerder een moreel dan een juridisch document.
Het ironische is dat Nederland hierdoor sterk afhankelijk is van internationale verdragen, zoals het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM), om fundamentele rechten te waarborgen. Terwijl andere landen, zoals Duitsland met zijn Grondwettelijk Hof, een robuuste toetsing kennen, blijft de Nederlandse rechtsstaat opvallend kwetsbaar.
De Internationale Implicaties: Over de Grenzen Heen
De beslissing om artikel 120 in te voeren heeft niet alleen gevolgen binnen Nederland, maar roept ook vragen op over de naleving van internationale afspraken. Nederland is via het Benelux-verdrag verbonden aan België en Luxemburg, landen met een geheel andere benadering van grondwettelijke toetsing. Het Belgische Grondwettelijk Hof speelt een essentiële rol in het bewaken van grondrechten en het handhaven van de scheiding der machten. Het kabinet Lubbers I heeft verzuimd deze drastische wijziging in de Nederlandse Grondwet vooraf te bespreken met de Belgische en Luxemburgse regeringen. Door dat na te laten, is de Belgische Grondwet impliciet genegeerd en mogelijk geschonden.
Daarnaast is Nederland verbonden aan de Europese Unie via het EU-recht. Hier geldt eveneens dat het besluit om artikel 120 in te voeren niet vooraf is voorgelegd aan de andere lidstaten, noch aan de Europese Commissie. Aangezien alle lidstaten gebonden zijn aan het Handvest van de Grondrechten van de Europese Unie, kan worden betoogd dat deze beslissing in strijd is met de verplichtingen die Nederland heeft als EU-lidstaat.
De reikwijdte van dit probleem stopt echter niet bij Europa. Als lid van de Verenigde Naties en gebonden aan het Handvest van de Verenigde Naties, heeft Nederland zich gecommitteerd aan het handhaven van mensenrechten en rechtsstatelijke principes. Door de Grondwet praktisch uit te schakelen via artikel 120, rijst de vraag of Nederland deze internationale verplichtingen wel adequaat naleeft.
De Politieke Agenda Achter Artikel 120
De introductie van artikel 120 lijkt niet alleen een juridische kwestie, maar ook een politieke strategie te zijn geweest. Het uitschakelen van de mogelijkheid tot rechterlijke toetsing heeft het beleid van opeenvolgende kabinetten meer speelruimte gegeven, met name op economisch en beleidsmatig vlak. Dit heeft geleid tot kortetermijnoplossingen en winst voor enkelen, ten koste van fundamentele rechten en bescherming voor de burger.
Critici, zoals Ewald Engelen, hebben gewezen op de langetermijngevolgen van dit beleid, dat de rechtsstaat uitholt en publieke belangen ondergeschikt maakt aan economische agenda’s. De vraag rijst waarom politieke partijen als het CDA en de VVD in 1983 deze koers hebben gekozen, en wie er uiteindelijk van heeft geprofiteerd.
Een Oproep tot Herziening
Artikel 120 moet kritisch worden heroverwogen. In een tijd waarin fundamentele rechten wereldwijd onder druk staan, kan Nederland zich niet veroorloven om zijn Grondwet zonder juridische kracht te laten. Het oprichten van een Constitutioneel Hof, zoals in Duitsland, kan een mogelijke oplossing zijn om wetten en verdragen te toetsen aan de Grondwet. Dit zou niet alleen nationale grondrechten versterken, maar ook de internationale geloofwaardigheid van Nederland herstellen.
De Grondwet mag niet langer een symbool van machteloosheid zijn. Het is tijd om deze opnieuw een centrale plaats te geven in onze democratie en rechtsstaat, zowel nationaal als internationaal. Artikel 120 was misschien een vergissing van het verleden, maar hoeft niet het laatste woord te zijn over de toekomst van onze rechtsstaat.