Institutionele schade, rechtsstatelijke verantwoordelijkheid en volwassen tegenmacht (2026)
Inleiding
In 2021 sprak De Kamer van Sociale Waarden zich in scherpe bewoordingen uit over wat toen werd ervaren als structureel onrecht binnen jeugdbescherming, zorg en familierecht. Die woorden waren rauw, confronterend en emotioneel geladen. Zij kwamen voort uit directe ervaringen van ouders en kinderen die langdurig werden geconfronteerd met uitsluiting, ontwrichting en schade, terwijl bestaande procedures geen antwoord boden.
Vijf jaar later is de kern van die zorgen niet verdwenen. Wat wél is veranderd, is de manier waarop wij deze problematiek duiden, adresseren en publiek maken.
Dit blogbericht markeert die ontwikkeling.
Wat we inmiddels weten
In de jaren die volgden is steeds duidelijker geworden dat institutionele schade zelden het gevolg is van individuele kwaadaardigheid. Zij ontstaat in systemen waarin:
- bevoegdheden zwaarder wegen dan gevolgen;
- procedures leidend worden boven relaties;
- en risicovermijding structureel prevaleert boven herstel.
Professionals handelen binnen kaders die juridisch gelegitimeerd zijn, maar waarin de menselijke impact onvoldoende wordt meegewogen. Juist daar ontstaat spanning met de rechtsstaat: niet bij het bestaan van maatregelen, maar bij het uitblijven van voortdurende toetsing aan proportionaliteit, subsidiariteit en gezondheid.
Van ervaring naar analyse
Waar in 2021 vooral werd gesproken vanuit morele verontwaardiging, is sindsdien gewerkt aan analyse en ordening. Dossiers zijn opgebouwd. Patronen zijn vergeleken. Juridische kaders zijn systematisch naast feitelijke gevolgen gelegd.
Daaruit blijkt dat:
- langdurige ouder-kind-scheiding aantoonbare psychische schade kan veroorzaken;
- sociale isolatie en institutionele opsluiting gezondheidsbeperkingen opleveren;
- en dat rechterlijke titels deze effecten niet automatisch legitimeren.
Een maatregel mag rechtmatig zijn in vorm, maar alsnog schadelijk in uitwerking. Dat onderscheid is cruciaal.
Rechtsstatelijke grenzen
De rechtsstaat functioneert niet alleen door bevoegdheden toe te kennen, maar ook door grenzen te bewaken. Geen enkele professional, instelling of rechterlijke instantie opereert buiten de verplichting om schade te voorkomen waar dat redelijkerwijs mogelijk is.
Internationale en nationale rechtsnormen maken duidelijk dat:
- bescherming tegen mishandeling onverkort geldt;
- gezondheid een zelfstandig toetsingscriterium vormt;
- en dat langdurige beperkingen altijd opnieuw moeten worden gewogen.
Wanneer die herweging structureel uitblijft, ontstaat institutionele blindheid. Dat is geen beschuldiging, maar een constatering die correctie vraagt.
Onze positie in 2026
De Kamer van Sociale Waarden positioneert zich in 2026 niet als aanklager, maar als normsteller. Niet als tegenstander van instituties, maar als volwassen tegenmacht binnen de democratische rechtsorde.
Dat betekent:
- zorgvuldig formuleren;
- feitelijk onderbouwen;
- verantwoordelijkheid adresseren zonder te demoniseren;
- en ruimte laten voor herstel en verbetering.
Wij geloven dat duurzame verandering niet ontstaat uit escalatie, maar uit het zichtbaar maken van grenzen die niet langer genegeerd kunnen worden.
Waarom dit ertoe doet
Kinderen en ouders leven niet in dossiers, maar in relaties. Elke langdurige maatregel werkt door in ontwikkeling, vertrouwen en gezondheid. Wie dat structureel onvoldoende meeweegt, loopt het risico recht te reduceren tot procedure.
Dit blogbericht is daarom geen terugblik alleen, maar een uitnodiging: aan professionals, beleidsmakers en rechters om het gesprek aan te gaan over waar bescherming ophoudt en schade begint.
Niet om schuldigen aan te wijzen, maar om verantwoordelijkheid te nemen — gezamenlijk.
Slot
Wat begon als woede is uitgegroeid tot richting. Wat eerst schreeuwde, spreekt nu.
Niet omdat het onrecht verdwenen is, maar omdat het benoembaar is geworden.
Dat is de kern van volwassen tegenmacht in 2026.
Juridische voetnoten – normatieve duiding (2026)
Dit document bevat de juridische en normatieve duiding behorend bij het blogbericht “Van woede naar normstelling – Institutionele schade, rechtsstatelijke verantwoordelijkheid en volwassen tegenmacht (2026)”. De voetnoten zijn opgesteld ter algemene rechtspositionering en dienen niet als individuele juridische kwalificatie van specifieke personen of dossiers.
1. Artikel 300 Wetboek van Strafrecht (Sr)
Mishandeling omvat ook het opzettelijk toebrengen van geestelijk of lichamelijk letsel. In jurisprudentie is erkend dat langdurige psychische schade en aantoonbare gezondheidsbeperkingen onder omstandigheden hieronder kunnen vallen, ongeacht de institutionele context waarbinnen het handelen plaatsvindt.
2. Artikel 3 en 8 Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM)
Artikel 3 EVRM verbiedt onmenselijke of vernederende behandeling. Artikel 8 EVRM beschermt het recht op privé-, familie- en gezinsleven. Ingrijpende maatregelen die langdurig ingrijpen in ouder-kindrelaties vereisen een voortdurende toetsing aan proportionaliteit en subsidiariteit.
3. Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)
Het IVRK verplicht staten om het belang van het kind als eerste overweging te nemen (art. 3 IVRK) en om het kind te beschermen tegen alle vormen van lichamelijk of geestelijk geweld (art. 19 IVRK). Deze verplichting geldt ook bij gerechtelijke en bestuurlijke maatregelen.
4. Proportionaliteit en voortdurende herweging
Zowel in het bestuursrecht als in het familierecht geldt dat maatregelen die diep ingrijpen in het leven van burgers periodiek en inhoudelijk moeten worden heroverwogen, mede op basis van actuele feiten, gezondheidseffecten en veranderde omstandigheden.
5. Institutionele verantwoordelijkheid
Het bestaan van een rechterlijke titel of wettelijk kader ontslaat uitvoerende instanties en professionals niet van hun eigen zorgplicht. Institutionele context vormt geen uitsluitingsgrond voor aansprakelijkheid wanneer voorzienbare schade structureel onvoldoende wordt meegewogen.
Deze juridische voetnoten vormen een zelfstandig normatief kader dat gebruikt kan worden ter duiding van publicaties, position papers en correspondentie van De Kamer van Sociale Waarden. Zij beogen bij te dragen aan zorgvuldige rechtsstatelijke reflectie en verantwoord publiek debat.





