In Nederland wordt veiligheid nog te vaak voorgesteld als een exclusieve taak van Defensie, de rijksoverheid en de veiligheidsdiensten. Die voorstelling is onvolledig. Wie kijkt naar de actuele lijn van de NAVO en naar het Nederlandse beleid rond weerbaarheid, ziet dat civiele paraatheid nadrukkelijk deel uitmaakt van de nationale veiligheidsopgave. Juist in de omgeving van NAVO-objecten, vitale infrastructuur en militaire logistieke knooppunten kan burgerparaatheid daarom niet worden weggezet als bijzaak of vrijblijvende publieksvoorlichting. Het is een serieuze bestuurlijke verantwoordelijkheid.
Weerbaarheid is volgens de NAVO een nationale taak
De NAVO maakt duidelijk dat resilience en civil preparedness behoren tot de fundamenten van collectieve verdediging. De Resilience Committee is binnen de alliantie het hoogste adviserende orgaan op dit terrein. Daarbij geldt dat weerbaarheid niet alleen een collectieve NAVO-opgave is, maar allereerst een nationale verantwoordelijkheid, geworteld in artikel 3 van het Noord-Atlantisch Verdrag. Staten moeten hun vermogen om gewapende aanvallen te weerstaan in stand houden en ontwikkelen. Dat gaat dus niet alleen over militaire slagkracht, maar ook over de continuïteit van bestuur, essentiële diensten, infrastructuur en maatschappelijke orde.
Deze benadering is van groot belang voor Nederland. Zij maakt duidelijk dat de civiele omgeving rond strategische objecten niet slechts de achtergrond vormt van veiligheidsbeleid, maar er integraal onderdeel van is. Wanneer commandostructuren, logistieke routes, opslaglocaties of communicatieverbindingen worden verstoord, zijn de gevolgen immers niet uitsluitend militair. Zij raken ook burgers, gemeenten, zorgstructuren, scholen, verkeer, informatievoorziening en lokale economie.
Ook Nederland erkent inmiddels dat de samenleving moet meedoen
Die lijn is inmiddels zichtbaar in het Nederlandse regeringsbeleid. In de kabinetsbrief van 6 december 2024 over weerbaarheid tegen militaire en hybride dreigingen staat dat resilience zowel een nationale als een collectieve verantwoordelijkheid is. De brief benadrukt daarnaast dat de overheid in een ernstige crisis of oorlogssituatie niet alle gevolgen zelfstandig zal kunnen opvangen. Daarom moet de samenleving als geheel weerbaarder worden gemaakt. Gemeenten, veiligheidsregio’s, maatschappelijke organisaties en burgers krijgen daarin uitdrukkelijk een rol.
Daarmee is een wezenlijke stap gezet. Burgerparaatheid is niet langer slechts een thema voor individuele zelfredzaamheid, maar een onderdeel van nationaal veiligheidsbeleid. Dat wordt verder bevestigd door de landelijke campagne Denk Vooruit, waarin burgers worden opgeroepen zich voor te bereiden op ten minste 72 uur uitval van basisvoorzieningen.
Rond NAVO-objecten is algemene voorlichting niet genoeg
Toch is hier meteen ook de zwakte zichtbaar van de huidige aanpak. Een algemene oproep aan burgers om water, batterijen en een noodradio in huis te hebben is nuttig, maar niet toereikend voor gebieden waar strategische objecten, militaire infrastructuur of vitale logistieke verbindingen een verhoogd risico op ontregeling met zich brengen.
In zulke gebieden is méér nodig dan algemene zelfredzaamheidscommunicatie. Dan gaat het om gebiedsgerichte voorbereiding. Dan moet de nationale opdracht worden vertaald naar de concrete leefomgeving van bewoners. Welke risico’s zijn daar voorstelbaar? Welke routes vallen mogelijk uit? Welke buurtnetwerken kunnen helpen? Welke voorzieningen zijn kwetsbaar? Welke communicatiekanalen functioneren nog als digitale systemen uitvallen? En vooral: welke rol kunnen burgers zelf op een ordelijke, veilige en zinvolle manier vervullen?
Dat zijn geen paniekvragen, maar bestuursvragen. En juist daarom moeten zij vooraf worden beantwoord. De benadering van civil preparedness veronderstelt immers dat maatschappelijke continuïteit niet spontaan ontstaat tijdens een crisis, maar vooraf wordt georganiseerd.
Gemeenten en veiligheidsregio’s hebben hierin een eigen verantwoordelijkheid
Binnen het Nederlandse staats- en bestuursrecht houdt die verantwoordelijkheid niet op bij het Rijk. De Wet veiligheidsregio’s legt vast dat de bevolking informatie moet krijgen over de oorsprong, omvang en gevolgen van rampen en crises, evenals over de daarbij te volgen gedragslijn. Dat betekent dat overheden burgers niet pas achteraf mogen benaderen, maar tijdig moeten voorzien van begrijpelijk handelingsperspectief.
Daar komt bij dat participatie onder de Omgevingswet een structurele plaats heeft gekregen in de voorbereiding van besluiten over de fysieke leefomgeving. Waar militaire aanwezigheid, ruimtelijke claims, veiligheidszones of infrastructurele aanpassingen de leefomgeving van inwoners raken, kan participatie daarom niet worden afgedaan als symbolisch. De overheid moet inzichtelijk maken hoe burgers, organisaties en andere betrokkenen zijn meegenomen in de voorbereiding van beleid en besluitvorming.
Voor gemeenten in de nabijheid van NAVO-objecten betekent dit dat zij niet kunnen volstaan met een passieve verwijzing naar landelijke veiligheidsstructuren. Zij dragen mede verantwoordelijkheid voor de lokale vertaling van risico’s, voor de verbinding met de veiligheidsregio en voor de maatschappelijke voorbereiding van inwoners, instellingen en buurtnetwerken.
Burgerparaatheid vraagt om sociale infrastructuur
Werkelijke paraatheid ontstaat niet alleen uit documenten, maar uit relaties, oefening en herkenbare structuren. Een samenleving is weerbaarder wanneer mensen weten bij wie zij terechtkunnen, welke rol zij kunnen opnemen, welke vaardigheden lokaal aanwezig zijn en hoe samenwerking in de praktijk verloopt.
Daarom is sociale infrastructuur van groot belang. Denk aan wijkgerichte scenario-oefeningen, lokale workshops, meertalige informatievoorziening, koppelingen met scholen en zorginstellingen, en participatiemodellen waarin bewoners niet slechts worden geïnformeerd, maar ook voorbereid. Niet om overheidstaken over te nemen, maar om de maatschappelijke laag te versterken die in tijden van ontregeling onmisbaar blijkt.
Binnen CIV-RAMP wordt precies op die civiele laag ingezet: burgergerichte scenario-educatie, participatiemodules, privacy-by-design infrastructuur en een testomgeving waarin bewoners, overheden en hulpdiensten gezamenlijk kunnen oefenen met civiele paraatheid. Dat sluit direct aan bij de gedachte dat weerbaarheid niet alleen institutioneel, maar ook maatschappelijk georganiseerd moet worden.
Nationale verantwoordelijkheid betekent ook publieke ruimte en ondersteuning
Wanneer de NAVO weerbaarheid aanmerkt als onderdeel van artikel 3, en wanneer Nederland burgerparaatheid integraal opneemt in zijn weerbaarheidsbeleid, dan volgt daaruit ook een bestuurlijke consequentie. De staat kan niet enerzijds erkennen dat burgers, gemeenten en maatschappelijke organisaties een rol hebben in civiele paraatheid, en anderzijds nalaten om daarvoor voldoende ruimte, structuur en ondersteuning te bieden.
Rond strategische objecten en kwetsbare infrastructuur moet daarom serieus worden nagedacht over publieke samenwerking, cofinanciering, trainingen, participatie-instrumenten en transparante governance. Niet als gunst, maar als logische uitwerking van de nationale weerbaarheidsopgave. De opgave is immers niet alleen militair, maar ook civiel, sociaal en bestuurlijk.
Slot
De vraag is dus niet meer óf Nederland verantwoordelijkheden heeft voor burgerparaatheid rond NAVO-objecten. Die verantwoordelijkheden zijn er al, en zij worden door zowel de NAVO als de Nederlandse overheid inmiddels expliciet erkend. De werkelijke vraag is of die verantwoordelijkheid ook lokaal, concreet en maatschappelijk voldoende wordt ingevuld.
Zolang burgerparaatheid wordt beperkt tot algemene noodadviezen, blijft een wezenlijk deel van de nationale weerbaarheidsopgave onbenut. Juist in gebieden rond NAVO-objecten moet burgerparaatheid worden vertaald naar samenwerking, voorbereiding, oefening en bestuurlijke verankering. Daar raakt geopolitiek immers direct aan het dagelijks leven van burgers.
Call to Action
Een weerbare samenleving vraagt meer dan beleid alleen. Zij vraagt om mensen, organisaties en middelen die bereid zijn nu te investeren in burgerkracht, voorbereiding en maatschappelijke samenwerking. De Kamer van Sociale Waarden is momenteel in gesprek met de Resilience Committee van de NAVO en werkt aan de opbouw van CIV.RAMP.nl/.eu en CIV-CAMP.nl als civiele infrastructuur voor workshops, scenariotrainingen en lokale paraatheid.
Daarom roepen wij bewoners, professionals, maatschappelijke organisaties, publieke partners, fondsen en financiers op om zich aan te sluiten. Wie wil bijdragen — inhoudelijk, organisatorisch of financieel — is welkom om in competentiegerichte co-creatie mee te bouwen aan een samenleving die niet afwacht, maar zich gezamenlijk voorbereidt. Juist door samenwerking en gerichte ondersteuning kunnen wij de structuren ontwikkelen die nodig zijn om burgers niet alleen te informeren, maar hen daadwerkelijk toe te rusten voor hun rol in een weerbare, solidaire en handelingsbekwame samenleving.







