Housing Plus, Wmo en incasso: zorg of drukmiddel?

Gesproken bericht: dit artikel is ook beschikbaar als audio-opname.

Gesproken bericht: Housing Plus, Wmo en incasso.

Woningnood, Wmo en incasso: het echte probleem zit in de keten

De discussie over woningnood wordt vaak heel groot gemaakt. Dan gaat het al snel over asiel, migratie, voorrang, schaarste en wie wel of geen woning krijgt. Maar in het dossier rond Housing Plus wordt een ander mechanisme zichtbaar. Een mechanisme dat veel dichter bij de dagelijkse praktijk van kwetsbare bewoners ligt.

Het gaat niet alleen om de vraag wie een woning krijgt. Het gaat om de vraag wat er gebeurt wanneer wonen, zorg, schuldhulp, corporatiebelang en gemeentelijke financiering in één traject worden samengebracht.

Want dan ontstaat een risico dat we niet mogen negeren: ondersteuning kan veranderen in beheersing. En zorg kan, bewust of onbewust, een route worden waarlangs financiële druk wordt georganiseerd.

Wanneer begeleiding ook financiële druk wordt

In het Housing Plus-traject wordt begeleiding gepresenteerd als hulp. Maar tegelijk zien we dat schulden, betalingsverplichtingen, waarschuwingen, bewindvoering en de stabiliteit van de woonsituatie met elkaar worden verbonden.

Daar zit de kern. Wanneer een bewoner een betwiste of onvoldoende onderbouwde schuld heeft, en die schuld vervolgens een rol gaat spelen binnen een door de overheid bekostigd begeleidingstraject, dan moet de vraag worden gesteld: wordt hier nog geholpen, of wordt hier geïncasseerd via zorg?

De Wmo is bedoeld om mensen te ondersteunen in zelfredzaamheid, participatie en stabiliteit. De Wmo is niet bedoeld als verlengstuk van een woningcorporatie. De Wmo is niet bedoeld om een bewoner richting bewindvoering te duwen omdat een financiële claim bestuurlijk of praktisch lastig wordt.

Natuurlijk mag schuldhulpverlening worden aangeboden. Natuurlijk kan bewindvoering soms noodzakelijk zijn. Maar dat mag alleen zorgvuldig, vrijwillig, proportioneel en juridisch toetsbaar gebeuren. Het mag geen voorwaarde worden voor behoud van begeleiding, woonstabiliteit of deelname aan een Housing-traject.

Incasso betaald uit publieke middelen

Precies daar ontstaat de spanning. Als een publieke voorziening wordt betaald vanuit Wmo-middelen, maar in de praktijk mede dient om een bewoner richting betaling, toezicht, bewind of gehoorzaamheid te bewegen, dan spreken we niet meer alleen over zorg.

Dan spreken we over een incassostructuur die publiek wordt gefinancierd. En dat is maatschappelijk ernstig.

Want de bewoner bevindt zich dan niet in een gelijkwaardige positie. Zij is afhankelijk van de woning, afhankelijk van begeleiding, afhankelijk van verslaglegging, afhankelijk van de gemeente, afhankelijk van de corporatie en afhankelijk van hoe professionals haar gedrag duiden.

Als daarbovenop het sociaal netwerk of een gekozen vertrouwenspersoon wordt uitgesloten, verdwijnt ook de tegenmacht. Dan blijft de bewoner alleen over tegenover een keten van instanties die elkaar bevestigen.

Geen eigen regie, maar machtsasymmetrie

Dat is geen eigen regie. Dat is een machtsasymmetrie.

Juist de Wmo verplicht tot het tegenovergestelde: ondersteuning moet aansluiten bij de eigen kracht, het sociale netwerk en de leefwereld van de cliënt. Niet bij de financiële of organisatorische behoefte van de keten.

Daarom moet Housing Plus kritisch worden onderzocht. Niet omdat elke professional kwade bedoelingen heeft. Niet omdat elke instantie verkeerd handelt. Maar omdat het systeem zo kan worden ingericht dat niemand afzonderlijk verantwoordelijk lijkt, terwijl de bewoner wel alle gevolgen draagt.

  • De corporatie wijst op betalingsverplichtingen.
  • De zorgpartij wijst op begeleiding.
  • De gemeente wijst op de Wmo.
  • De kredietbank wijst op schulden.
  • Het Housing-loket wijst op voorwaarden.
  • En de bewoner moet zich aanpassen om haar woonplek niet kwijt te raken.

De principiële toets

De principiële vraag is dan eenvoudig: wordt de bewoner sterker gemaakt, of wordt de bewoner bestuurbaar gemaakt?

Wordt netwerksteun benut, of wordt netwerksteun als probleem geframed? Wordt een schuld juridisch getoetst, of wordt die schuld via begeleiding en druk alsnog praktisch afgedwongen?

Dat is de echte discussie. Niet de makkelijke boosheid richting nieuwkomers. Niet het aanwijzen van kwetsbare groepen als oorzaak van woningnood. Maar het controleren van de ketens die met publieke middelen werken en ondertussen diep ingrijpen in iemands woonrecht, gezinsleven en bestaanszekerheid.

Conclusie

Wmo-geld mag nooit worden gebruikt als verkapte financiering van incasso. Zorg mag nooit worden ingezet als drukmiddel om betwiste schulden te normaliseren. Bewindvoering mag nooit impliciet worden gekoppeld aan behoud van woonstabiliteit zonder onafhankelijke toetsing.

En Housing Plus mag nooit functioneren als een gesloten systeem waarin de bewoner haar eigen netwerk moet opgeven om geholpen te mogen worden.

Wie de menselijke maat serieus neemt, kijkt niet alleen naar de bewoner. Die kijkt naar de keten, de geldstromen, de contracten en de mandaten. En die vraagt steeds opnieuw: is dit nog zorg? Of is dit incasso, betaald uit publieke middelen?

Interne referenties

Bronnen en referenties

Laat een reactie achter

Uw reactie is welkom. Houd uw bijdrage inhoudelijk, respectvol en relevant voor het onderwerp.
Door een reactie te plaatsen gaat u ermee akkoord dat uw naam, reactie en eventuele website zichtbaar kunnen worden bij dit bericht. Reacties kunnen worden gemodereerd volgens onze richtlijnen.

Scroll naar boven