Geen sociaal brein in de psychiatrie

Hoe de psychiatrie de sociale context van menselijk gedrag negeert

De psychiatrie beweert een wetenschappelijke discipline te zijn, gericht op het begrijpen en behandelen van psychische aandoeningen. Maar wie dieper graaft, ontdekt een fundamentele tekortkoming: de psychiatrie erkent het sociale brein niet. Ons brein is geen geïsoleerd orgaan dat losstaat van onze omgeving. Het is een instrument dat zich ontwikkelt, groeit en functioneert binnen een sociale context. Toch worden diagnoses en behandelingen vaak uitsluitend vanuit een individuele, neurologische of psychologische invalshoek benaderd, terwijl de sociale dimensie grotendeels wordt genegeerd. Dit leidt niet alleen tot misleidende diagnoses, maar ook tot behandelingen die voorbijgaan aan de werkelijke oorzaken van psychisch leed.

Het brein als sociaal instrument

De menselijke hersenen zijn geëvolueerd om te functioneren binnen een gemeenschap. Van jongs af aan leren we via interacties met anderen. Onze emoties, gedragingen en gedachten worden beïnvloed door familie, cultuur, normen en verwachtingen. Toch houdt de psychiatrie hier nauwelijks rekening mee. Ze diagnosticeert mensen alsof hun psychische toestand op zichzelf staat, los van hun sociale omgeving.

Neem bijvoorbeeld de diagnose van ADHD. In plaats van te kijken naar hoe het onderwijssysteem en maatschappelijke druk bijdragen aan concentratieproblemen, wordt het probleem geïndividualiseerd: “Je brein werkt niet goed, je hebt medicatie nodig.” Maar stel je eens voor dat ADHD-kinderen in een andere cultuur zouden opgroeien—een omgeving waarin bewegelijkheid en afwisseling juist als kwaliteiten worden gezien. Zouden ze dan nog steeds een stoornis hebben?

Voorbeeld 1: Tourette – een neurologisch defect of een sociale constructie?

Het syndroom van Gilles de la Tourette wordt officieel erkend als een neurologische aandoening. Maar hoe zeker is die claim? Er is geen enkele hersenscan of bloedtest die Tourette kan bevestigen. De diagnose wordt gesteld op basis van gedrag: het optreden van tics. Dat roept de vraag op: is Tourette een medisch probleem, of een gedragspatroon dat door de samenleving als storend wordt beschouwd?

Een interessant voorbeeld is dat in verschillende culturen Tourette zich anders uit. In westerse samenlevingen wordt vooral gefocust op vocale en motorische tics, terwijl in landen met een andere kijk op sociale interactie, de symptomen minder vaak als probleem worden gezien. Dit suggereert dat de manier waarop Tourette zich uit, sterk afhankelijk is van sociale context en verwachtingen. Maar in plaats van deze sociale factoren mee te nemen, plakt de psychiatrie er een label op en schrijft medicijnen voor.

Voorbeeld 2: Depressie – Een hersenziekte of een sociaal probleem?

Depressie wordt vaak omschreven als een chemische disbalans in de hersenen. Dit is een populaire, maar wetenschappelijk onbewezen hypothese. Net als bij Tourette is er geen hersenscan die depressie kan aantonen. Maar de psychiatrie blijft vasthouden aan het idee dat het probleem ‘in het brein’ zit.

Toch is het overduidelijk dat depressie sterk afhankelijk is van sociale factoren. Mensen raken depressief door verlies, armoede, eenzaamheid, sociale druk en maatschappelijke verwachtingen. Waarom wordt depressie dan gediagnosticeerd alsof het een hersenziekte is, en niet als een sociaal probleem dat voortkomt uit onze manier van samenleven?

Denk aan de moderne werkcultuur, waarin mensen hoge werkdruk, constante prestatiedruk en sociale isolatie ervaren. Wanneer iemand hieraan onderdoor gaat, krijgen ze niet te horen: “Misschien is ons systeem ongezond.” In plaats daarvan wordt gezegd: “Je hebt een serotoninetekort, neem deze pillen.” Dit is een perfecte illustratie van hoe de psychiatrie systemische problemen individualiseert en pathologiseert, terwijl de werkelijke oorzaak sociaal is.

Voorbeeld 3: Borderline – Instabiele persoonlijkheid of een reactie op sociale afwijzing?

Borderline Persoonlijkheidsstoornis (BPS) wordt omschreven als een stoornis met emotionele instabiliteit, impulsief gedrag en verlatingsangst. Maar wie krijgt deze diagnose? Vaak mensen die diepgaande sociale pijn hebben ervaren, zoals afwijzing, misbruik of onveilige hechting.

Borderline zou dus niet gezien moeten worden als een individueel defect, maar als een sociale wond. Mensen met deze diagnose zijn vaak hypergevoelig voor sociale signalen, omdat ze door pijnlijke ervaringen een verhoogde waakzaamheid hebben ontwikkeld. Maar in plaats van te erkennen dat hun gedrag voortkomt uit een diep sociaal trauma, wordt het bestempeld als een persoonlijkheidsstoornis.

Waarom is dit gevaarlijk?

Door psychische problemen te herleiden tot individuele hersenafwijkingen, creëert de psychiatrie drie grote problemen:

  1. De echte oorzaken worden genegeerd. We behandelen mensen alsof hun problemen intern zijn, terwijl ze vaak veroorzaakt worden door sociale druk, trauma of systeemfouten.
  2. De oplossing wordt gemedicaliseerd. In plaats van sociale ondersteuning te bieden, krijgen mensen medicijnen die symptomen onderdrukken maar niets oplossen.
  3. Het individu krijgt de schuld. Door te zeggen: “Jouw brein werkt niet goed”, schuift de psychiatrie de verantwoordelijkheid van de samenleving af naar het individu.

De oplossing: Van een geïndividualiseerde naar een sociale psychiatrie

Als we psychische problemen écht willen begrijpen, moeten we af van het idee dat alles in de hersenen zit. We moeten erkennen dat het brein een sociaal instrument is en dat psychische klachten vaak ontstaan door sociale en culturele factoren.

Wat als we een psychiatrie zouden hebben die:

  • Minder medicatie en meer sociale interventies gebruikt?
  • Mensen helpt om hun sociale omgeving te verbeteren in plaats van hun hersenen te “fixen”?
  • Erkent dat diagnoses zoals ADHD, Tourette en Borderline geen defecten zijn, maar variaties binnen een sociale context?

De psychiatrie beweert objectief te zijn, maar zolang ze het sociale brein negeert, blijft ze gevangen in haar eigen tunnelvisie. De eerste stap naar échte vooruitgang is toegeven dat psychisch welzijn niet alleen in het brein zit, maar in hoe we als samenleving met elkaar omgaan.

De vraag is: durven we dat te erkennen?

Call to Action: Tijd voor een sociale psychiatrie!

De psychiatrie moet verder kijken dan alleen het brein. Psychische klachten ontstaan niet in isolatie, maar binnen een sociale context.

✔ Ben je een professional in de geestelijke gezondheidszorg? Onderzoek hoe sociale factoren invloed hebben op psychisch welzijn en pas behandelingen hierop aan.
✔ Ervaar je zelf psychische klachten? Vraag jezelf af of de oorzaak ligt in jouw hersenen of in jouw omgeving, en zoek naar sociale ondersteuning in plaats van alleen medische oplossingen.
✔ Wil je bijdragen aan verandering? Deel dit artikel en start het gesprek over een psychiatrie die sociale factoren erkent en meeneemt in de behandeling.

👉 Het is tijd voor een psychiatrie die het hele plaatje ziet – niet alleen het brein, maar ook de samenleving.

Laat een reactie achter

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven