📘 Artikel 266 BW – Beëindiging van het ouderlijk gezag

Beëindiging van het ouderlijk gezag is de zwaarste maatregel binnen het jeugdbeschermingsrecht. Waar bij ondertoezichtstelling (OTS) en uithuisplaatsing het ouderlijk gezag in principe behouden blijft, verliest de ouder hier volledig het recht om beslissingen te nemen over het kind.


🔹 Lid 1 – Wanneer mag de rechter het gezag beëindigen?

De rechtbank kan het gezag van een ouder beëindigen in twee situaties:

a. Ernstige ontwikkelingsbedreiging en ongeschiktheid binnen redelijke termijn

Dit is het meest gebruikte criterium.

Voorwaarde:

  • Het kind groeit op in een situatie waarin zijn of haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, én
  • De ouder is niet in staat om binnen een aanvaardbare termijn (gericht op het kind) verantwoordelijkheid te dragen voor verzorging en opvoeding zoals bedoeld in artikel 247 lid 2 BW.

📌 Artikel 247 lid 2 BW gaat over het bieden van een veilige, gestructureerde opvoeding met voldoende aandacht voor de lichamelijke en geestelijke ontwikkeling.

b. Misbruik van gezag

De rechtbank kan ook het gezag beëindigen als blijkt dat de ouder:

⚠️ Deze situatie komt minder vaak voor, maar wordt zwaarder beoordeeld.


🔹 Lid 2 – Beëindiging ná schorsing

Als het ouderlijk gezag al is geschorst (bijvoorbeeld tijdens een OTS of voorlopige voogdij), kan de rechtbank besluiten om het gezag structureel te beëindigen. Ook dan moet wél aan de voorwaarden van lid 1 voldaan zijn.


🧠 Wat betekent dit voor jou als ouder?

  • De beëindiging van gezag is definitief: jij mag dan niet meer meebeslissen over school, zorg, verblijf of toekomst van je kind.
  • De Raad voor de Kinderbescherming of een GI vraagt dit aan via de rechtbank.
  • Jij mag verweer voeren en krijgt gelegenheid om je te verdedigen bij de rechter.
  • Bij beëindiging van het gezag wordt een voogd aangesteld – meestal de GI of een persoon/instelling die de verantwoordelijkheid overneemt.

📌 Let op:

  • Het criterium “aanvaardbare termijn” is gericht op het tempo van het kind, niet op jouw inzet. Een kind mag niet te lang ‘in onzekerheid’ blijven over de toekomst.
  • Als jouw situatie verandert, kun je later onder bepaalde voorwaarden verzoek doen tot herstel van gezag (artikel 277 BW e.v.).

🎧 Samenvatting

– De rechter kan het ouderlijk gezag beëindigen als het kind ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd en herstel niet binnen redelijke termijn mogelijk is
– Ook misbruik van gezag kan reden zijn
– De maatregel wordt vaak aangevraagd door de Raad of GI, en is bedoeld om langdurige onzekerheid voor het kind te stoppen
Ouders mogen verweer voeren, en het besluit wordt altijd door een kinderrechter genomen

💬 Dit is het uiterste juridische middel binnen jeugdbescherming. Als ouder kun je juridische hulp inroepen om je positie te beschermen, en mag je vragen om alternatieven zoals intensieve hulp, netwerkopvang of herstelplan.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven