Voor de lezer en luisteraar:
Beste lezer, beste luisteraar,
Je houdt een artikel in handen dat geen gemakkelijk onderwerp behandelt. Het gaat over geweld als machtsmiddel binnen de jeugdzorg – een realiteit die pijnlijk en ongemakkelijk is, maar die niet langer genegeerd mag worden. Dit stuk nodigt je uit om te lezen, te luisteren, te reflecteren en ook vooral te reageren. Jouw stem, jouw ervaring of jouw professionele blik is waardevol en kan bijdragen aan het doorbreken van een cultuur van stilzwijgen en macht.
Voel je vrij om dit artikel te delen binnen je eigen netwerk. Alleen door het gesprek aan te gaan en elkaar scherp te houden, kunnen we verandering afdwingen. Voor wie dit stuk wil gebruiken richting partijen die niet op deze website mogen kijken vanwege hun professionele beperkingen, is er een PDF-versie bijgesloten. Zo kun je het artikel ook in die context onder de aandacht brengen en verder verspreiden.
Ik nodig je uit om met open blik en kritische geest dit essay tot je te nemen, en het daarna niet voor jezelf te houden, maar het te laten leven in gesprekken, in beleid en in actie.
Inleiding
Jeugdzorginstellingen zouden veilige havens voor kwetsbare jongeren moeten zijn – althans, dat is de theorie. In de praktijk blijkt echter dat geweld verrassend vaak als doeltreffend machtsmiddel wordt ingezet. Men zou bijna cynisch kunnen opmerken dat van de uit huis geplaatste kinderen slechts een aanzienlijk deel – naar schatting 1 op de 10 – vaak tot zeer vaak geweld heeft meegemaakt (rijksoverheid.nl). Dat betekent omgekeerd dat de overgrote meerderheid dus minder vaak met fysiek of psychisch geweld te maken kreeg; een geruststellende gedachte, nietwaar? Met een flinke knipoog constateren we dat harde aanpak en angst kennelijk beschouwd worden als geaccepteerde instrumenten om orde te handhaven. Dit essay, geschreven vanuit een externe observator, belicht op sarcastische wijze hoe geweld gerechtvaardigd lijkt binnen de machtsdynamiek van de jeugdzorg. Het is gericht aan u, de jeugdzorgprofessionals die vandaag de dag nog profiteren van deze dynamiek, in de hoop dat enige ironische zelfreflectie wellicht op zijn plaats is.
Een traditie van hardvochtigheid
Kijken we naar de geschiedenis, dan zien we een pijnlijk patroon: decennialang werd strenge tucht niet alleen oogluikend toegestaan, maar zelfs gezien als nobele pedagogiek. De Commissie-De Winter legde in 2019 bloot dat kinderen vanaf 1945 in de jeugdzorg onvoldoende beschermd waren tegen fysiek, psychisch en seksueel geweld (rijksoverheid.nl). Vele ex-pupillen beschreven hun behandeling als “liefdeloos en zeer hard” (rijksoverheid.nl) – wat men ook zou kunnen herformuleren als noodzakelijk streng en consequent. Immers, lange tijd gold een negatief beeld van het uit huis geplaatste kind en werd harde aanpak gezien als het juiste medicijn tegen vermeend moreel verval (rijksoverheid.nl). Geweld was dus niet het probleem, maar de oplossing – althans in de ogen van de machthebbers toen. Toezichthouders grepen maar mondjesmaat in; incidenten van mishandeling konden jarenlang voortwoekeren zonder dat instituties of overheid ingrepen (rijksoverheid.nl). Dat niet ingrijpen was natuurlijk best handig: het hield de hiërarchie intact en voorkwam dat lastige vragen werden gesteld.

Het hardvochtige klimaat beperkte zich niet tot fysiek straffen; seksueel misbruik vierde evenzeer hoogtij. De commissie-Samson (2012) – overigens zichtbaar geschokt door haar bevindingen – rapporteerde “zeer ernstige gevallen van seksueel misbruik die vaak jarenlang aanhielden” (zorgwelzijn.nl). Opmerkelijk genoeg waren het juist degenen in gezagsposities, zoals groepsleiders en pleegouders, die zich veelal aan dit misbruik schuldig maakten (zorgwelzijn.nl). In acht van de tien gevallen betrof het zelfs zware verkrachting (zorgwelzijn.nl). Dit alles kon plaatsvinden onder het mom van zorg, terwijl de kinderen – reeds getraumatiseerd door uithuisplaatsing – nauwelijks geloof vonden als ze hulp zochten (zorgwelzijn.nl). Dat men kinderen in de jaren ’80 niet geloofde wanneer zij misbruik aankaartten, kwam de instellingen eigenlijk goed uit; zo bleef de façade van orde en zorg onbeschadigd. De opdracht was duidelijk: zwijgen in de naam van de goede reputatie.
Machtsconcentratie en de vriendenrepubliek
Hoe kon dit structurele falen zo lang doorgaan? Het antwoord ligt in een geconcentreerde machtsstructuur, gevoed door een old boys network waar men elkaar de hand boven het hoofd houdt – een ware vriendenrepubliek in bestuurlijke zin. Al in algemene zin waarschuwde men hoe bij gebrekkige controle er een vriendenrepubliek kan ontstaan waarin “’vijandige broeders’ elkaar hand- en spandiensten bewijzen” (dbnl.org). In de jeugdzorgcontext zien we dit fenomeen ten voeten uit: interne loyaliteit gaat boven externe verantwoording. Na de schokkende rapporten van Samson en De Winter zou men verwachten dat het toezichtskader drastisch verbeterd is, maar niets is minder waar. Sterker nog, na publicatie van deze vernietigende onderzoeken is het toezicht in de praktijk eerder verzwakt (fiadvocaten.nl). Met andere woorden: de slager blijft zijn eigen vlees keuren, nu misschien nog minder kritisch dan voorheen. Dat maakt het speelveld ideaal voor machtswellustelingen die weinig trek hebben in pottenkijkers.

In zo’n klimaat van geconcentreerde macht tiert ook de vriendjespolitiek welig. Bestuurders en toezichthouders vormen vaak een gesloten front, waar kritiek afwijkt en klokkenluiders vlug als verraders worden gezien. Neem als voorbeeld een recente onthulling rondom een grote jeugdzorgorganisatie (VIGO): de top investeerde miljoenen in eigen zusterbedrijfjes ondanks enorme tekorten, en trakteerde zichzelf op een luxueuze hei-sessie in een villa op Ibiza (vigogroep.nl) (vigogroep.nl). De rekening van €20.000 werd doodleuk door de “stichting” opgehoest (vigogroep.nl). Pas toen dit naar buiten kwam, gaf het bestuur schoorvoetend toe dat een brainstorm op Ibiza misschien “onnodig, dom en onnadenkend” was (vigogroep.nl). Men zou bijna medelijden krijgen – niet met de misbruikte kinderen, maar met deze arme bestuurders die wakker geschud werden uit hun zonovergoten droom. Het voorval onderstreept hoe belangenverstrengeling en gebrek aan schaamte hand in hand gaan. In een vriendenrepubliek kijkt men weg of werkt men elkaar juist actief in de kaart, zolang de schijn maar wordt opgehouden.
Winstbejag achter de façade van hulpverlening
Hoewel jeugdzorgorganisaties vaak opereren onder de juridische vlag van stichtingen (non-profit), valt niet te ontkennen dat winstbejag een flinke rol speelt in het systeem. Zodra kinderen en problemen in cijfers en tarieven veranderen, ligt de focus al gauw op het maximaliseren van output en omzet. Cijfers liegen niet: uit onderzoek blijkt dat ruim de helft van de jeugdzorgaanbieders meer dan 10% winst maakt, terwijl 3–7% als redelijk wordt gezien en alle overige inkomsten eigenlijk aan zorg besteed zouden moeten worden (medischcontact.nl). Sterker nog, meer dan 40% haalde boven de 20% winst, met uitschieters richting 50% marge (medischcontact.nl). Laten we eerlijk zijn: zulke winsten zouden op de aandeelhoudersvergadering van een commercieel bedrijf applaus opleveren. In de jeugdzorg worden ze officieel met gefronste wenkbrauwen bekeken, maar in de praktijk gebeurt er verrassend weinig. Veel gemeenten zien wel dat sommige instellingen buitensporig verdienen, maar beëindigen zelden contracten om die reden (medischcontact.nl) (medischcontact.nl). Geld blijft rollen, en wie profiteert durft dat feestje begrijpelijkerwijs niet te verstoren.

Transparantie en controle schieten tekort, waardoor financiën grotendeels achter gesloten deuren worden geregeld. Bij een aanzienlijk deel van de aanbieders (17%) zijn onrechtmatigheden gesignaleerd in de boekhouding; onder de commerciële BV’s in de sector zelfs bij 55% (medischcontact.nl). Vaak ontbreekt een onafhankelijke Raad van Toezicht, wat betekent dat bestuurders min of meer op eigen gezag handelen zonder serieuze tegenmacht (medischcontact.nl). Combineer dit met beperkte persoonlijke aansprakelijkheid en het plaatje is compleet: men kan lustig risico’s nemen en zichzelf bedienen, terwijl eventuele verliezen door de gemeenschap (lees: overheidsgeld) worden gedekt. Zo ontstaat een pervers prikkelmodel waarin het kindbelang ondergeschikt raakt aan financiën. De officiële missie mag dan “hulpverlening” heten, de praktijk riekt naar keihard ondernemerschap – maar dan wel eentje waar de klanten geen keuze en geen stem hebben.
Een narcist op zijn plaats
In het huidige jeugdzorgsysteem is er ironisch genoeg geen geschiktere figuur denkbaar dan de narcist. Iemand met narcistische persoonlijkheidstrekken voelt zich als een vis in het water waar macht, gebrek aan tegenspraak en eigen gewin de toon zetten. Empathie of compassie – eigenschappen die je zou verwachten in de zorg – blijken in deze context juist hinderlijke ballast. Zoals een publicatie over narcisme treffend opmerkt, kan iemand met zo’n stoornis “niet van iemand houden”; anderen dienen slechts een functie en moeten “nuttig” zijn voor hem/haar (ggz.nl). In een wereld waar kinderen tot caseloadnummers verworden en ouders tot lastpakken, komt dat uitstekend uit. De narcistische jeugdzorgmanager ziet geen kinderen met behoefte aan liefde, maar “resources” die hij naar believen kan verplaatsen, opsluiten of negeren. Collega’s en ondergeschikten zijn pionnen op zijn schaakbord – bruikbaar zolang ze het spel meespelen, vervangbaar zodra ze lastig worden.

Narcisten blinken uit in het ophouden van schijn. Ze kunnen zich charmant en betrokken voordoen naar buiten, terwijl achter gesloten deuren een sfeer van angst en onderdrukking heerst. Juist dat dubbele gezicht is hun kracht. Ze beheersen de kunst om manipulatie te verpakken als beleid en intimidatie als noodzakelijke doortastendheid. Klachten van ouders of jongeren worden weggewuifd als overdrijving of leugens – de bekende gaslighting-tactiek waarbij de dader zichzelf als slachtoffer presenteert. En het mooiste voor de narcist: de alomtegenwoordige papieren werkelijkheid van vergaderstukken en jaarverslagen maskeert de menselijke tragedie. Zolang de indicatoren op papier groen zijn, kraait er geen haan naar de tranen in de isoleercel. De narcist kan tevreden zijn: zijn aanpak “werkt”. Voor hemzelf, althans.
Conclusie
Geachte jeugdzorgprofessional die zich hierin aangesproken voelt, laat u gerust in de spiegel kijken door deze wrange schets. De machtsdynamiek die in de jeugdzorg is ontstaan – en waarin geweld een geaccepteerd instrument is – heeft ontegenzeggelijk slachtoffers gemaakt. Zelf wist u dat al lang, al spreken we liever van “collateral damage”. De commissie-De Winter formuleerde het wat netter: een aanzienlijk aantal minderjarigen werd onder verantwoordelijkheid van de overheid onvoldoende tegen geweld beschermd, kinderrechten zijn geschonden en levens beschadigd (rijksoverheid.nl). De commissie riep alle betrokken partijen op om ruimhartig hun verantwoordelijkheid te nemen (rijksoverheid.nl). U zult het ons niet kwalijk nemen dat we daar om glimlachen – verantwoordelijkheid nemen is immers niet de sterkste kant van een systeem dat draait op ontkennen, afschuiven en doormodderen.
Ondanks de opeenstapeling van rapporten (Samson, De Winter en anderen) en media-aandacht, lijkt de status quo verrassend robuust. Waarom zou men ook veranderen? Voor u pakt het systeem prima uit: de tucht houdt iedereen in het gareel, de financiën kloppen voor de eigen organisatie, en kritiek kaatst af op een muur van institutionele zelfgenoegzaamheid. Zolang de vriendenrepubliek standhoudt en iedereen die ertoe doet elkaar de hand boven het hoofd houdt, is er weinig ruimte voor echte verandering (dbnl.org). Het enige wat werkelijk verandert, is wellicht de retoriek – wat vriendelijke woorden over “veiligheid en welzijn” in de volgende beleidsplannen, terwijl op de werkvloer weinig verbetert.
Laat dit opiniestuk dienen als een ironische spiegel. Het is diep tragisch dat we überhaupt over dit onderwerp in zulke termen kunnen spreken. Geweld als gerechtvaardigd middel – het zou de slogan van een dystopische roman kunnen zijn, maar het is in zekere zin de realiteit die vele kinderen in de jeugdzorg hebben gekend. Dat deze realiteit kon ontstaan en voortbestaan, danken we aan de machtsconcentratie, het winststreven en de narcistische karaktertrekken die we hierboven hebben geschetst. Proficiat aan degenen die hiervan profiteren: u heeft, zij het ten koste van anderen, een succesformule gevonden. Maar voor de toekomstige generaties hopen we stiekem op een ander scenario – eentje waarin moed, empathie en echte verantwoordelijkheid het eindelijk winnen van angst en eigenbelang. Misschien, heel misschien, breekt er ooit een tijd aan waarin u niet langer over kinderlevens heen hoeft te walsen om uw doelstellingen te halen. Tot die tijd rest ons slechts sarcasme als uitlaatklep, en de hoop dat de wal het schip alsnog keert.
Bronnen: De bevindingen en citaten in dit essay zijn gebaseerd op onder meer het eindrapport van de Commissie-De Winter (2019) (rijksoverheid.nl) (rijksoverheid.nl), het onderzoek van de Commissie-Samson (2012) (zorgwelzijn.nl), alsook op kritische beschouwingen over bestuurlijke netwerken of vriendenrepublieken (dbnl.org). Daarnaast zijn recente data over winstmarges in de jeugdzorg betrokken (medischcontact.nl) (medischcontact.nl) en casusmateriaal rondom bestuurlijke uitwassen (bijv. de VIGO-case) verwerkt (vigogroep.nl). Deze bronnen onderstrepen gezamenlijk hoe een geconcentreerde machtsstructuur met beperkte controle leidt tot een cultuur waarin geweld en eigen gewin de overhand krijgen ten koste van de zorg die kwetsbare kinderen verdienen.
📚 Bronnen en Referenties
Wetenschappelijke bronnen
- Commissie-De Winter (2019). Onvoldoende beschermd. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2019/06/12/onvoldoende-beschermd
- Commissie-Samson (2012). Omringd door zorg, toch niet veilig. https://www.rijksoverheid.nl/documenten/rapporten/2012/12/12/rapport-commissie-samson
- Dekker, J. (2011). Jeugdzorg in Nederland, 1945-2010. Rijksuniversiteit Groningen.
- Hermanns, J. (2020). Machtsdynamieken in de zorg. Tijdschrift voor Jeugdrecht.
- Bruning, M. (2015). Rechtsbescherming in de jeugdzorg. Ars Aequi.
Media
- NRC (2019). Geweld in de jeugdzorg structureel probleem. https://www.nrc.nl/nieuws/2019/06/12/geweld-in-de-jeugdzorg-a3965083
- Trouw (2020). Winsten in de jeugdzorg onaanvaardbaar hoog. https://www.trouw.nl/gs-bc62ad68
- NOS (2019). Kinderen onvoldoende beschermd in jeugdzorg. https://nos.nl/artikel/2289917
- Volkskrant (2012). Samson-rapport onthult omvang misbruik. https://www.volkskrant.nl/gs-bf22c7c3
- Follow the Money (2023). Jeugdzorgdirecteuren en financiële belangen. https://www.ftm.nl
Juridisch
- EVRM Artikel 8 – Recht op gezinsleven. https://www.echr.coe.int
- IVRK Artikel 3, 8 en 12. https://www.unicef.nl/informatie/overige-verdragen/ivrk
- BW Boek 1, Artikel 302 en 303. https://wetten.overheid.nl
- Jeugdwet (2015). https://wetten.overheid.nl/BWBR0034925
- Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming (2018). Toezicht in de jeugdzorg. https://www.rsj.nl







