Als de kinderrechter een ondertoezichtstelling (OTS) uitspreekt, dan is dat altijd tijdelijk.
Volgens Artikel 258 van het Burgerlijk Wetboek geldt:
βDe duur van de ondertoezichtstelling is, behoudens verlenging als bedoeld in artikel 1:260 BW, ten hoogste één jaar.β
πΉ Wat betekent dit?
βοΈ Een OTS geldt maximaal 12 maanden
βοΈ Na dat jaar moet er een nieuwe beoordeling plaatsvinden
βοΈ De maatregel stopt dus niet automatisch β maar mag ook niet eindeloos doorlopen zonder toetsing
π Let op: voorlopige OTS telt niet mee
Als er vΓ³Γ³r de officiΓ«le OTS een voorlopige ondertoezichtstelling (vOTS) is uitgesproken (zie artikel 257 BW), dan telt die periode niet mee in het jaar dat met de officiΓ«le OTS start.
Bijvoorbeeld:
- vOTS van 2 maanden β daarna OTS van 12 maanden
- Samen 14 maanden onder toezicht, maar juridisch correct
π§ Wat kun jij hiermee als ouder?
π Noteer de startdatum van de OTS
π Vraag ruim vΓ³Γ³r afloop of er een verlengingsverzoek komt
π Beroep je op je recht om evaluatie en beΓ«indiging aan te vragen (artikel 261 BW)
Want hoewel een OTS bedoeld is als tijdelijke steunmaatregel, blijft die vaak langer in stand als ouders niets doen. Jij kunt dat wΓ©l bewaken.
π§ Samenvatting
β Een OTS duurt maximaal één jaar
β De periode van een voorlopige OTS telt daar niet in mee
β Na dat jaar moet de maatregel worden herzien of beΓ«indigd
β Jij mag vΓ³Γ³r die tijd zelf verzoeken om evaluatie of stopzetting
