📘 Artikel 377e BW – Wijziging van een omgangsregeling

🔹 Wat zegt dit artikel?

De rechtbank kan een bestaande omgangsregeling wijzigen als:

  1. De omstandigheden zijn veranderd
    Bijvoorbeeld: het kind is ouder geworden, de thuissituatie is verbeterd/verslechterd, er is een nieuwe partner of verhuizing.
  2. De vorige beslissing was gebaseerd op onjuiste of onvolledige informatie
    Bijvoorbeeld: een ouder heeft gegevens achtergehouden, of de situatie is verkeerd beoordeeld.

➡️ Het maakt niet uit of de omgangsregeling door de rechter is vastgesteld of door ouders onderling is afgesproken. Beide kunnen worden gewijzigd.


🧠 Wie mag om wijziging vragen?

  • Eén van de ouders
  • Beide ouders samen
  • Een ander met een nauwe persoonlijke band met het kind (bijvoorbeeld een grootouder, pleegouder of stiefouder)

🛠 Voorbeelden van gewijzigde omstandigheden

  • Het kind is nu ouder en wil een andere regeling
  • Er is een conflict ontstaan tussen ouders waardoor afspraken niet meer werken
  • De ouder zonder gezag is verhuisd en reistijd is niet meer haalbaar
  • De gezagsouder heeft een nieuwe partner of gezinssituatie die het contact beïnvloedt
  • Er is sprake van herstel van vertrouwen of juist verergering van spanningen

📌 Belangrijk:

  • Een wijzigingsverzoek moet goed onderbouwd zijn. Je moet duidelijk maken wat er veranderd is en waarom dat invloed heeft op het kind.
  • De rechter kijkt altijd naar het belang van het kind.

🎧 Samenvatting

– Artikel 377e maakt het mogelijk om een omgangsregeling aan te passen
– Dit kan als er nieuwe omstandigheden zijn of als de eerdere uitspraak is gebaseerd op onjuiste informatie
– Niet alleen ouders, maar ook anderen met een hechte band met het kind kunnen wijziging vragen
– De rechter weegt steeds af wat het beste is voor het kind

💬 Omgangsafspraken zijn geen levenslang contract – ze moeten mee kunnen bewegen met het leven van het kind.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven