📘 Artikel 304 BW – Bestuurders aansprakelijk bij fouten in voogdij

Wanneer een gecertificeerde instelling (zoals SAVE of William Schrikker Groep) door de rechter met voogdij is belast, rust er niet alleen verantwoordelijkheid op de organisatie, maar ook op de bestuurders van die instelling.

Artikel 304 stelt dat zij hoofdelijk en persoonlijk aansprakelijk zijn bij schade door fouten in de uitvoering van hun taak.


🔹 Lid 1 – Hoofdelijke en persoonlijke aansprakelijkheid

Als een gecertificeerde instelling schade veroorzaakt aan een kind of ouder door:

  • Onzorgvuldig handelen
  • Onrechtmatig optreden
  • Verzuim in toezicht of begeleiding
  • Niet-behoorlijke besluitvorming

… dan kunnen de bestuurders van die instelling persoonlijk aansprakelijk worden gesteld. Niet alleen het bestuur als collectief, maar elk individueel bestuurslid.

➡️ Dit voorkomt dat bestuurders zich kunnen verschuilen achter de organisatie of “het systeem”.


🔹 Lid 2 – Mogelijkheid tot ontheffing van aansprakelijkheid

Een bestuurder kan zich alleen onttrekken aan persoonlijke aansprakelijkheid als hij of zij kan bewijzen géén schuld te hebben aan de veroorzaakte schade.

Dat vereist dus:

  • Aantoonbaar verzet tegen het besluit
  • Actieve melding van misstanden binnen het bestuur
  • Schriftelijke documentatie van gemaakte bezwaren

📌 Dit legt een hoge lat voor bestuurders: meelopen is geen excuus als het fout gaat.


🧠 Wat betekent dit in de praktijk?

  • Ouders, voogden of andere betrokkenen kunnen bij ernstige fouten of nalatigheid juridische stappen zetten tegen bestuurders van een GI
  • Dit artikel is bedoeld om professioneel bestuur af te dwingen, juist omdat GI’s een grote machtspositie hebben
  • Bestuurders moeten dus actief toezien op zorgvuldige en rechtmatige uitvoering van voogdij

Een organisatie die kinderen vertegenwoordigt, mag geen wanbeleid voeren zonder persoonlijke verantwoordelijkheid.


🎧 Samenvatting

– Artikel 304 maakt bestuurders van gecertificeerde instellingen persoonlijk aansprakelijk bij schade door onjuiste uitoefening van voogdij
– Aansprakelijkheid geldt hoofdelijk – dus ieder afzonderlijk bestuurslid is verantwoordelijk
– Uitzondering: als de bestuurder kan bewijzen dat hij of zij geen schuld had
– Dit verhoogt de druk op zorgvuldig en verantwoord bestuur in jeugdzorg

💬 Dit artikel versterkt de juridische bescherming van kinderen én ouders, en dwingt bestuurders van GI’s tot actieve verantwoordelijkheid.

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Scroll naar boven